Dat er een tekort is aan studentenkamers is al wel een bekend probleem, het is vechten voor een plekje bij alle studenten. Vanaf het collegejaar 2020-2021 worden de leerlingen van het mbo ook officieel studenten genoemd en krijgen ze dezelfde rechten als studenten in het hoger beroepsonderwijs en de universiteit.

Hiermee is het de bedoeling dat mbo’ers dezelfde voordelen krijgen als de rest van de studenten zoals bepaalde lidmaatschappen, maar ook dat er meer waardering komt voor deze jongeren. Die waardering wordt vaak nog achterwegen gelaten in het zoeken naar studentenkamers, bij oproepen op Kamernet worden meerdere keren gevraagd om hbo of universitair studenten. In een artikel van Trouw komt naar voren dat mbo’ers op kamerjacht vaker worden gepasseerd en ze dus hun opleidingsniveau liever voor zich houden. In datzelfde artikel wordt dit ook wel discriminatie genoemd door de jongerenorganisatie van het beroepsonderwijs (JOB).

De vraag is nu moet hier iets aan gedaan worden of zal dit door de jaren heen vanzelf verbeteren? Misschien dat de naamsverandering van leerling naar student de gehele zaak zal veranderen. Hoe ervaren de mbo’ers dit in hun zoektocht naar een kamer en merken hun studieloopbaan begeleiders (slb’ers) of al dat heen en weer reizen een bepaalde invloed heeft op de leerlingen? We praten erover met meerdere mbo’ers, de voorzitter van de jongerenorganisatie van het beroepsonderwijs, een studieloopbaan begeleider (slb’er) en een student die absoluut niet met een mbo’er zou willen samenwonen.