Tekst: Lukie Hamelink | Audio: Ilja Demandt | Video: Ingmar Kuitert

Hoog of laagopgeleid, theoretisch of praktisch, mbo of hbo, leerling of student, wat is de juiste benaming? Deze discussie is vorig jaar weer aangewakkerd in Nederland en daarbij is er gepleit om mbo’ers voortaan ook studenten te noemen. Met koppen als ‘Onze opleiding is echt geen cursusje’ en ‘Mbo’ers willen ook als studenten worden beschouwd en niet als leerlingen’ is de toon gezet. Mbo’ers verdienen het om student te zijn.

Vanaf het collegejaar 2020-2021 zullen mbo’ers officieel studenten worden genoemd en krijgen ze dezelfde rechten als studenten van het hoger beroepsonderwijs en de universiteit. Hiermee is het de bedoeling dat mbo’ers dezelfde voordelen krijgen als de rest van de studenten zoals bepaalde lidmaatschappen, maar ook dat er meer waardering komt voor deze jongeren. Die waardering wordt alleen nog vaak achterwegen gelaten in de zoektocht naar een studentenkamer, bij een hoop studentenhuizen lijkt er meer voorkeur voor hbo of wo-studenten te zijn.

Het Kenniscentrum Studentenhuisvesting Kences richtte in 2018 voor het eerst hun onderzoek ‘Landelijke Monitor Studentenhuisvesting’ ook op mbo studenten. Hieruit bleek dat er in Nederland 486.000 mbo-studenten zijn, waarvan er 92.000 uit huis wonen. Oftewel 81% van de mbo’ers woont nog thuis. Als dit vergeleken wordt met de hbo’ers en universitair studenten is het verschil groot, 48% van hbo’ers en wo-studenten woont nog thuis.

Hoe komt het toch dat mbo’ers gepasseerd worden in de kamerjacht? De voorzitter van de landelijke organisatie beroepsonderwijs (JOB), Timon van Engen, vertelt dat zij zich wel zorgen maken om deze situatie, maar meer over het onterechte beeld dat zulk soort studentenhuizen dan over de mbo’ers hebben. “Op de een of andere manier is er een soort onderscheid gecreëerd tussen de mbo’ers en de rest van de studenten en wij proberen dat imago op te poetsen. Gelukkig gaat het al wel de goede kant op. De overheid en de scholen spraken de mbo’ers ook al aan als studenten”.

Timon hoopt dat deze kanteling ook gaat plaatsvinden bij de studentenhuizen. “De studentenhuizen en studentenverenigingen houden zich graag vast aan hun gewoontes, de studentenverenigingen bestaan van oudsher altijd al uit hbo of wo-studenten. Het is dan aan hen om dit te veranderen. Ik zou het wel tof vinden als mbo-studenten tenminste worden uitgenodigd op zo’n hospiteeravond, zodat ze in ieder geval een kans krijgen om te laten zien hoe leuk ze zijn. Maar van tevoren al zeggen dat ze er niet tussen passen omdat ze mbo’er zijn, dat is toch wel een beetje ouderwets”.

Pepijn Boom, rechtenstudent uit Nijmegen, kan uitleggen wat de reden is waarom er geen mbo’ers in zijn studentenhuis wonen. Daarnaast kan Arthur de Bekker, studieloopbaan begeleider op het ROC, uitleggen waarom zijn leerlingen moeite hebben met een kamer krijgen.

In een debat bij Pauw tussen SP-lid Peter Kwint en Quest-hoofdredacteur Sander Schimmelpennick wordt het onderwerp over de naamsverandering van leerling naar student nog een keer aangescherpt. Kwint is van mening dat het woord ‘student’ een verandering gaat maken in de waardering van de mbo’ers. Als voorbeeld noemt hij de middelbare school op, waar iedereen nog gewoon leerling wordt genoemd, maar op het moment dat ze daarvan af gaan krijgen ze een andere benaming. Hij noemt het belachelijk dat mbo’ers niet aan een studentenkamer kunnen komen doordat ze officieel geen student zijn. Schimmelpennick reageert daarop dat mbo’ers na hun middelbare nog geen behoefte hebben om op kamers te gaan, maar terwijl hij dat zegt schudden de mbo’ers in de zaal hun hoofd.

Oud-Mbo’er Nina Dorigo is sinds vorig jaar klaar met haar verpleegkunde opleiding. In het werkveld, maar ook binnen haar omgeving, merkt zij dat het opleidingsniveau verschil maakt. “Soms hield ik het liever voor me op welk niveau ik studeerde, als ik zei verpleegkunde konden mensen ook nog denken dat ik hbo deed. Als ik dan wel vertelde dat ik mbo deed kreeg ik vaak te horen: ‘Dat had ik echt niet verwacht!’. Er worden ook weleens grapjes over gemaakt ‘Ja maar jij doet mbo, dus jij mag niks zeggen’ en omdat het een grapje is, kan ik het wel hebben. Maar grappig is het niet”.

Na haar mbo is Nina door gaan studeren op het hbo en heeft zij zich aangesloten bij een Haagse studentenvereniging. Sinds een jaar woont ze ook op kamers. “Nu ik een aantal maanden bij deze studentenvereniging zit kom ik erachter dat best veel leden eerst mbo hebben gedaan en nu op het hbo zitten, maar je merkt echt niet wie erop welk niveau studeert of heeft gestudeerd. Ik vind het niet meer erg om te vertellen dat ik mbo heb gedaan, ik vind het juist wel leuk. Het mbo verschilt ook van het hbo of de universiteit, maar dat betekent niet dat wij minder intelligent zijn”.

Er zijn dus een hoop mbo studenten die geen kamer weten te bemachtigen of via een omweg pas bij eentje terecht komen. Een voorbeeld hiervan zijn Lune van Heiningen en Jorn Boes, zij leggen uit hoe dit bij hun is verlopen.