Het aantal AED’s en burgerhulpverleners in Nederland blijft stijgen, dat blijkt uit recente cijfers van de Hartstichting. Er zijn nu zo’n 18.000 AED’s geregistreerd bij het oproepsysteem, 45% meer dan een jaar geleden en er zijn nu in totaal ruim 225.000 burgerhulpverleners. Ondanks de stijging van het aantal AED’s en burgerhulpverleners nog grote verschillen tussen de provincies, vooral in Noord-Holland zijn er steden en gemeenten waar er niet binnen zes minuten hulp kan worden verleend.

Audio: Julia de Bruin | Video: Tamo van Lochem

Alle burgerhulpverleners en AED’s in Nederland staan geregistreerd in het landelijke oproepsysteem HartslagNu van de Hartstichting. Wanneer iemand een hartstilstand krijgt, wordt 112 gebeld en worden de hulpdiensten opgeroepen. Tegelijkertijd wordt het oproepsysteem geactiveerd. Burgerhulpverleners in de omgeving van het slachtoffer worden dan opgeroepen om een AED in de buurt te halen, naar het slachtoffer toe te gaan en het slachtoffer te reanimeren.“We willen dat iedereen die een hartstilstand heeft binnen zes minuten geholpen kan worden, dat betekent dus zowel gereanimeerd worden als een AED aangesloten krijgen”, aldus Peter Sonneveld, woordvoerder van de Hartstichting. “De reden daarvoor is dat als er binnen zes minuten hulp wordt verleend, de overlevingskans het grootst is.”

Verslaggever Tamo van Lochem ging naar een reanimatiecursus en spreekt met cursusgeefster Rita Teeuwissen. Ook spreekt hij met cursist Ben Blaas over het belang van het volgen van een reanimatiecursus.

Sonneveld: “Het aantal burgerhulpverleners en AED’s neemt toe en daar kun je meerdere redenen voor geven, maar de belangrijkste reden is dat het belang van reanimatie steeds meer wordt ingezien.” Het afgelopen jaar is het aantal burgerhulpverleners met 32% gestegen en het aantal AED’s dat is aangemeld, is gestegen met zo’n 45%.

Verslaggeefster Julia de Bruin spreekt met Oscar Beijaard en Marjon Roos, die beiden een diploma hebben om te mogen reanimeren. Oscar is wel aangesloten op het HartslagNu-systeem en Marion is dat niet. In het onderstaande audio-fragment vertellen ze over hun keuzes om wel of niet geregistreerd te staan als burgerhulpverlener.

Hoewel het aantal burgerhulpverleners en AED’s het afgelopen jaar flink is gestegen, zijn er nog grote verschillen tussen aantallen in provincies. “Als je kijkt naar de dekking van het aantal 6-minutenzones, dat is een gebied waarbinnen je binnen zes minuten gereanimeerd zou moeten kunnen worden, zie je dat de provincies Noord-Brabant, Gelderland en Limburg het heel goed doen”, vertelt Sonneveld. In de provincies Zeeland, Groningen en Flevoland zijn er met name nog AED’s nodig.
In alle provincies is er een dekking van tussen de 75% en 100% van het aantal burgerhulpverleners, behalve in de provincie Noord-Holland. Dit is ook de enige provincie waar de dekking van het aantal burgerhulpverleners zo laag is. In onder andere de gemeentes Amsterdam en Amstelveen is de dekking van het aantal burgerhulpverleners minder dan 50%. Door de lage dekking in de provincie Noord-Holland, is het niet gegarandeerd dat er overal binnen zes minuten hulp kan worden verleend bij een hartstilstand. Dit terwijl het van levensbelang is. Martine van den Heuvel, woordvoerder bij Provincie Noord-Holland bevestigt deze lage dekking: “Het is vooral de lage dekking van het aantal burgerhulpverleners en het aantal AED’s in steden als Amsterdam, Haarlem en Hilversum dat bijdraagt aan de lagere dekking in de gehele provincie.”

Naast steden in Noord-Holland, lopen andere grote steden ook achter wat betreft de dekking van het aantal burgerhulpverleners en AED’s. In Utrecht, Rotterdam en Den Haag is er echter al veel werk opgestart vanuit de gemeente, de GGD en lokale initiatieven om de dekking te verhogen. Amsterdam loopt nog achter. “Dat komt doordat sinds kort pas burgerhulpverleners ook via het landelijke oproepsysteem worden opgeroepen in Amsterdam”, aldus Van den Heuvel.
De verwachting is dan ook dat het aantal burgerhulpverleners en het aantal geregistreerde AED’s zal toenemen, volgens Sonneveld. “Waarom zou je je aanmelden als je toch niet wordt opgeroepen? Als het wel zin heeft, dan ga je je ook aanmelden.”