Geschiedenis
Hoofdluizen behoren tot de oudste menselijke parasieten, die ons naar schatting al minstens vijf tot zeven miljoen jaar het leven zuur maken. In oude geschriften komen luizen al voor. In de Bijbel komt bijvoorbeeld een verhaal voor waarin Egypte wordt getroffen door zeven plagen. Een van die plagen was luizen. Destijds werd dat dus al gezien als een kwelling. Niet lang geleden kwamen bij een archeologische vondst ook luizenkammen naar boven uit het Romeinse Rijk. Deze kammen leken erg op de moderne en onderzoekers troffen er resten van luizen op aan.

Hoofdluizen komen tegenwoordig over de hele wereld voor. Veel mensen dachten voorheen dat ze met name voorkwamen in de laagste sociale klassen en onder onhygiënische omstandigheden. Onderzoek wijst uit dat dit niet per definitie het geval is. Elke sociaaleconomische klasse wordt getroffen door de beestjes. Hoe meer je op elkaars lip zit, hoe makkelijker de luizen zich over de hoofden verspreiden. Zo blijkt dat ze in grotere gezinnen meer voorkomen dan in kleinere gezinnen.

Controles op scholen
Wetende dat luizen zich makkelijk verspreiden in groepen mensen die dicht op elkaar leven, is het dus niet zo vreemd dat scholen hierop regelmatig controleren. Vooral na schoolvakanties worden ouders veel ingeschakeld om de kam ter hand te nemen. Doordat de controles vaak plaatsvinden na vakanties, denkt men soms dat kinderen ze in vakanties krijgen. Dat is niet per se het geval. Luizen komen voor op elk moment in het jaar en verspreiden zich het makkelijkst in gesloten omgevingen.

Aan het woord komen Thijs Veenstra, beleidsadviseur infectieziekten en infectiepreventie van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en Folke Meijer, pedagogisch medewerker van een buitenschoolse opvang. We komen erachter dat er nog weinig onderzoek is gedaan naar de luis en bij BSO’s wordt niet altijd veel gedaan aan luizenpreventie.

Luizendag
Vandaag organiseert het Landelijk Steunpunt Hoofdluis (LSH) daarom de Luizendag. Op deze dag roept de organisatie ouders en scholen op om te controleren op luizen. Ingrid Ligthart, voorzitter van het LSH: “Voor de meeste besmettelijke ziektes zijn inentingen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft veel ziektes al onder controle. Het gekke met luizen is dat ze je niet ziek maken, maar dat ze vooral erg lastig zijn.”

Nut van Luizendag
De Luizendag wordt dit jaar voor de tiende keer georganiseerd. Als iedereen massaal en gelijktijdig de beestjes bestrijdt, is de kans het grootst dat we er in één klap vanaf zijn, dat is de filosofie. Tot op heden blijkt het aantal besmette kinderen echter elk jaar gelijk te blijven. Ligthart: “Soms ontmoedigt ons dat wel. Het vervelende is dat er continu kruisbesmetting plaatsvindt. Mensen maken ook vaak de behandeling niet goed af. En nu zou ik, als voorzitter van het LSH, graag zeggen dat ze ons huis voorbij gingen, maar dat is helaas ook niet het geval. Met de huidige aanpak gaan we de luizenplagen niet terugdringen, maar met een intensiever programma zou het wel kunnen.”

Je kunt je dus afvragen of de Luizendag zin heeft. Ligthart: “Het organiseren van zo’n dag is niet zoveel werk. We draaien steeds hetzelfde programma. Ik denk dat het wel goed is om op een ludieke manier aandacht te vragen voor het probleem. Je hebt immers ook steeds weer nieuwe ouders die op de hoogte gesteld moeten worden.” Mireille van Burken, verpleegkundige van Medisch Centrum Assen, is het daarmee eens: “Voorlichting is altijd goed. Ik sta soms versteld van de fabels die nog de ronde doen over luizen. Er zijn bijvoorbeeld nog steeds mensen die denken dat luizen kunnen springen van jas op jas. Dat kunnen ze helemaal niet.”

Aanpak
In gesprek met Ursula Schipper, oprichter van De Luizenkliniek, en Suzanne van Meeteren, pedagogisch medewerker, ontdekken we dat de controle op scholen en kinderdagverblijven nog altijd een stuk beter kan.

Onderscheid maken tussen fabels en feiten blijft nog lastig als het om luizen gaat. Hoe bestrijden we ze nu het beste? Van Burken: “Men adviseert weleens om vaak preventief te kammen. Ik zou dat niet van moeders willen vragen. Eens per half jaar kan wel goed zijn, maar vaker lijkt me onnodig. Dan kun je bezig blijven met preventieve onderzoekjes.” Mocht je toch luizen aantreffen, dan weet Van Burken raad: “Mensen grijpen nogal snel naar shampoos tegen luizen. Daarmee moet je even wachten. Luizen beginnen resistent te raken tegen veel van die middelen. Begin maar met twee weken kammen met een netenkam. Dat is vaak al erg effectief.”