Oeganda heeft een rijke geschiedenis als het gaat om het opnemen van mensen op de vlucht. De laatste jaren schrijven internationale media lovend over Oeganda als utopisch welkomstland voor vluchtelingen. Zelfs het videomateriaal dat de ronde doet lijkt bijna uitsluitend rooskleurig. Tot ruim een week geleden. Schrijver Kasper Goethals van de Vlaamse krant De Standaard wierp met zijn uitvoerige reportage een ander licht op de zaak.

Zelfvoorzienend met eigen grond
Traditioneel zaten vluchtelingen altijd in vluchtelingenkampen. In sommige landen is dat nog altijd verplicht, in Kenia bijvoorbeeld. Dit kan te maken hebben met het feit dat landen er huiverig voor zijn dat nieuwelingen tot de arbeidsmarkt toetreden. Oeganda maakt daarin een andere keuze. Zij stellen stukken land beschikbaar, waarop vluchtelingen hun eigen leven mogen opbouwen en zelfvoorzienend kunnen zijn. Andrea Vonkeman, hoofd van UNHCR Nederland: “Dat vinden wij geweldig, want daarmee zorg je ook dat mensen veel meer de regie krijgen over hun leven.”

Politieke agenda
In theorie een mooi plan en jarenlang leek dat ook een geweldig alternatief voor de vluchtelingenstromen richting het westen. Opvang in de regio kwam hoog op de politieke agenda. Partijen namen het op in hun verkiezingscampagnes en de ene na de andere coalitie zette het in haar regeerakkoord. 1,1 miljoen vluchtelingen vanuit Zuid-Soedan, Congo, Burundi en Somalië vonden een veilige schuilplaats in Oeganda. Althans, veilig als ze passen binnen de normen en waarden van Oeganda. Regeringscritici of LHBT-ers kunnen zich beter een beetje koest houden, om niet in de problemen te komen.

Plan valt tegen
Dat mooie plan blijkt tegen te vallen. Voor de enorme stroom vluchtelingen is Oeganda helemaal niet zo’n warm bad. Ook Vonkeman onderkent dat het in Oeganda niet makkelijk is om daadwerkelijk een bestaan op te bouwen als nieuweling. Het plan van stukjes grond beschikbaar stellen voor vluchtelingen klinkt hoopgevend, maar in werkelijkheid is de grond vaak onbruikbaar of te klein. Door droogte is er nauwelijks wat op te verbouwen. Ook het meedoen in de samenleving duurt lang en de onderlinge verhoudingen tussen nieuwelingen en Oegandezen staan onder spanning. Vonkeman: “Als je een oplossing in de regio wil bieden, moet die duurzaam zijn en moeten mensen ook écht kunnen integreren.”

Hoe kan het nou dat we toch zoveel positiefs horen over welkomstland Oeganda? En waar blijft het geld dat ook de Nederlandse overheid die kant op stuurde de laatste jaren? Andrea Vonkeman legt uit waar dat positieve beeld vandaan komt en hoe UNHCR toch grip probeert te houden voor de situatie.

Alternatieven zijn er dus nog niet, maar de situatie zoals die zich nu voordoet is ook niet houdbaar. De vraag is of wij als westerse landen nog wel zo hoog moeten opgeven van opvang in de regio, als deze armoede aanhoudt. Vonkeman wil Europa graag wijzen op haar taken: “Europa heeft het vluchtelingenverdrag ondertekend, dus overheden moeten zorgen dat ze het nodige doen. Niet alleen investeren in de regio, maar ook opvang bieden in Europa. Als de natuurlijke hulpbronnen in de regio opraken, moeten we kijken of de opvang elders kan.”

Foto: DFID / Creative Commons