Een groenteburger, sojayoghurt of een vegan rookworst. Het zijn bekende termen voor vegetarisch eten. Over smaak valt niet te twisten, maar over de benamingen blijkbaar wel. Als het namelijk aan de Landbouwcommissie van het Europees Parlement ligt, zijn termen als ‘vegaburger’ en ‘vegaschnitzel’ binnenkort verleden tijd. De commissie wil een verbod op vleesnamen en dierlijke producten voor vegetarische producten, omdat het de burger zou misleiden.

Het voorstel van de Franse Europarlementariërs Eric Andrieu en Karine Gloanec Maurin, voor een verbod werd met ruime meerderheid (25 tegen 6) aangenomen door de Landbouwcommissie. Het voorstel kan rekenen op kritiek vanuit milieuorganisaties en vegetariërs. Belangenvereniging ProVeg en milieuclubs als Greenpeace, de European Vegetarian Union en BirdLife zijn tegen. Volgens ProVeg is er geen bewijs dat consumenten daadwerkelijk worden misleid. “Integendeel, zij kiezen juist voor vegetarische producten, omdat ze weten dat ze geen vlees bevatten.” Daarnaast weet de consument volgens ProVeg door de termen welke smaak er te verwachten valt bij een plantaardig product.

De belangenclub weet niet precies waar het voorstel vandaan komt, maar vermoedt uit de hoek van de vleesindustrie, die zich bedreigd zou voelen. Maar is dit ook wel echt zo? Hoe denken vleesgroothandelaren over de discussie? We gingen langs bij Marlou Zwiers, directeur bij horecaslager Euromeat in Oss.

Populariteit vegetarisch eten

Vegetarisch voedsel wordt als een van de voedseltrends genoemd van 2019. De trend zou zich voornamelijk afspelen onder jongeren tussen de 16 en 34 jaar. Een derde van de jongeren eet minder vlees, blijkt uit een opiniepanel onder 2150 jongeren van het actualiteitenprogramma EenVandaag. Dat de jongeren hun eetpatroon hebben aangepast, komt vooral omdat ze meer rekening willen houden met hun gezondheid, het milieu en dierenwelzijn.

Het aantal vegetariërs ligt al jaren rond de 5 procent, ongeveer 700.000 mensen, maar er is wel een toename in het aantal flexitariërs, het aantal mensen dat dus drie dagen per week of vaker geen vlees eet. Uit de Vegamonitor 2018 van de Vegetariërsbond blijkt dat 41 procent van de Nederlanders minder vlees eet dan vijf jaar geleden. Vorig jaar lag dit aantal op 37%. Uit het onderzoek blijkt ook dat de helft van de 1036 respondenten vindt dat vegetarisch eten meer is dan alleen het vlees vervangen. Een grote groep eters kiest in plaats van vlees liever voor peulvruchten, ei, noten of kaas.

De verwachting is dat vegetariërs tegen 2050 heer en meester zijn over onze eetgewoonten. De gehele wereldpopulatie zou dan volgens experts vegetarisch eten om het groeiende voedseltekort tegen te gaan. Tegenwoordig wordt 20% van de proteïnen uit dierlijke producten en vlees gehaald. Dat percentage zal moeten dalen om de twee miljard extra monden te voeden die tegen 2050 verwacht worden.

Vegetarische slager

De discussie over benamingen van vleesvervangers werd overigens 2 jaar geleden ook al gevoerd. Toen lag de Vegetarische Slager onder vuur, een bedrijf dat geheel plantaardige producten aan onder andere supermarktketen Albert Heijn levert. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vond dat de benamingen ‘kipstuckjes’ ‘visvrije tonyn’ en ‘geroockte spekjes’ gewijzigd moesten worden op de website. De etiketten op de producten in het schap van de supermarkt hoefden niet aangepast te worden.

In de jaren 90 waren vegetarische producten zeldzaam, maar inmiddels zijn ze, mede door bedrijven als de Vegetarische slager, niet meer weg te denken uit de supermarktenschappen. Opvallend hierbij is dat vegetarische burgers, schnitzels en balletjes vaak op de vleesafdeling liggen. Daarbij doen producenten er alles aan om de producten zoveel mogelijk op vlees te laten lijken. Volgens voedingsdeskundige Guido Camps zou een product veel minder verkopen als het niet herkenbaar is. “Je kunt het ook een gestampte eiwitbrok noemen, maar dat slaat waarschijnlijk niet aan bij de consument.”

Of het verbod op vleesnamen voor vegetarische producten er uiteindelijk werkelijk gaat komen, wordt bekend na de Europese verkiezingen in mei. Het voorstel komt dan in een stemming bij het gehele Europarlement.