Prestatiedruk onder jonge voetballers is al geruime tijd onderwerp van gesprek. Voor voetbalclubs blijft het belangrijk om nieuw talent aan te trekken, maar dat lijkt er niet makkelijker op te worden. Meer en meer clubs richten zich daarom op talent management. Zo proberen ze het niveau op peil te houden. Ondertussen zetten jonge voetballers alles aan de kant om in the picture te komen. De vraag die blijft hangen is: wordt er ook wel gelet op de lasten die dit voor de jongens met zich meebrengt?

NRC vermeldt dat van alle achtjarige voetbaltalenten die instromen bij profclubs slechts twee procent daadwerkelijk kans maakt om tien jaar later profvoetballer te zijn. Hoewel die aantallen per periode weer anders zijn, illustreren deze cijfers de druk die ligt op de schouders van talenten. Als je instroomt wil je maar een ding: de top bereiken. En daarvoor moet alles wijken. Maar wat nu als je in het zicht van de haven strandt?

In de Tweede Kamer kwam het thema begin 2018 ook langs. Lisa Westerveld, kamerlid van GroenLinks, stelde vragen aan Minister Bruins. Vragen over druk onder jonge sporters in algemene zin. De laatste vraag spitste zich toe op jonge voetballers. Ze wilde specifiek weten of er kennis was over de gevolgen van het mislopen van een professionele carrière. Wat doet het met jonge talenten, die na jaren van hard werken toch geen profvoetballer worden?

Minister Bruins’ reactie daarop was kort en duidelijk. Dergelijk onderzoek was nooit gedaan. Althans, hij bezat zulke kennis niet en de KNVB ook niet. Er bestonden geen richtlijnen met betrekking tot de nazorg. Volgens Bruins lag de verantwoordelijkheid van een goede afhandeling bij de betaald voetbalorganisaties. Verder zouden ouders en verzorgers moeten zorgen voor een vangnet.

Als je nagaat dat juist voetballers veel opofferen om wel die top te bereiken, lijkt dit nogal magertjes. Veel jongens worden al op erg jonge leeftijd gescout. Soms lopen er al jongetjes bij van 5 jaar. Die moeten na schooltijd meteen weg naar voetbal om te trainen. Leuk natuurlijk, want het is hun hobby, maar vaak wordt de inbreuk op hun leven daarbij vergeten.

Om te mogen spelen moet je goed genoeg zijn. En om goed genoeg te zijn, moet je trainen. Veel trainen. Veel jongens offeren al hun vrije tijd op om beter te worden. Zo raken ze niet zelden geïsoleerd van hun leeftijdsgenoten. Als die gaan spelen in een parkje, staan deze jongens op het speelveld. En als ze in het ergste geval toch keer op keer niet aan spelen toekomen, resulteert dat in teleurstelling en verdriet, soms zelfs schaamte.

Nu gaan voetbalclubs natuurlijk niet aan al deze emoties voorbij. Voor dit alles is ruimte een aandacht. De KNVB zorgt voor richtlijnen en adviezen. Of die adviezen genoeg zijn, valt te betwijfelen. Uit een stuk van NRC met de voetbalouders blijkt in ieder geval dat het kinderen nog altijd teveel kan worden. Die ouders haalden hun kind van de club. Onvermijdelijk, maar vast ook een teleurstelling.

Zorgwekkender wordt het als we nu terugkomen bij die uitstroom. Volkskrant illustreerde onlangs de pijn van de droom die in duigen valt. Ondanks dat velen nog spreken van goede ervaringen en een mooie tijd, blijkt de nazorg niet altijd mee te vallen. Er zijn spelers die wel spreken van goede contacten na afloop, maar een meerderheid laat weten dat er geen aandacht lijkt te zijn voor “de mens achter de voetballer”.

Nathan de Vries, presentator bij Ajax TV, interviewt de talenten van Ajax. Hij loopt met regelmaat rond tussen de toekomst van de Amsterdamse club. Hij hoort de lockerroom talk en weet wat er speelt. Hij praat met ons door over de prestatiedruk bij Ajax.

Professionele voetbalclubs bieden voetballers veel. De beste trainingen, de beste coaches, voetballen onder de beste omstandigheden, een utopia voor een jong talent. Maar als de eens zo potentiële voetballers blijken tegen te vallen, is de afwijzing voor hen een evenzo harde klap. Bruins riep voetbalclubs en ouders op te zorgen voor een goed emotioneel vangnet. Op dit moment lijken daar dus nog geen richtlijnen voor te zijn. Ondertussen belandt een heel aantal afgedankte voetballers in moeilijkheden, van drop-out-gedrag tot een wankelend zelfbeeld. Je kunt je afvragen of daar niet een taak ligt bij ofwel voetbalclubs, ofwel de KNVB.