Iedereen die vroeger muziekles – of geschiedenisles – heeft gehad op school, kent dit instrument: de djembé. Een grote trommel die je tussen je benen kunt doen. Voor velen zal het meteen associaties oproepen met Afrikaanse stammen en ook dat is – ook als stereotiep – niet gek.

De echte Afrikaanse trommelmuziek is bij veel Nederlanders dan weer minder bekend. We weten hoe de djembé klinkt, maar wat voor wereld erachter schuilgaat, blijft vaak nog onbekend. De djembé valt onder de grote paraplu ‘Afrikaanse muziek’. Deze muziek vindt zijn oorsprong in West-Afrika. Trommelleraar Tim van der Veen: “De trommels ontstonden – tenminste, dat is de theorie die ik aanhang – doordat mensen aan naburige dorpen wilden laten weten dat er feest was. Dansen deed men al, de trommels kwamen er later bij.”

Vanaf de jaren ’50 maakt de djembé zijn opmars en komen steeds meer landen op het continent ermee in aanraking. Pas in de jaren ’70 begint Europa warm te lopen voor de djembé. Een belangrijke naam in de Afrikaanse dans en muziek in die tijd – en nog steeds – is Elsa Wolliaston. Ze richt in Parijs een dansschool op en treedt in verschillende landen op met eigen choreografieën. Niet alles is Afrikaanse dans, maar wel alles is erop geïnspireerd. Voor Wolliaston is het belangrijk om de Afrikaanse dans toegankelijk te maken.

De Afrikaanse muziek en dans wordt ook aangeboden in Nederland, maar in veel mindere mate dan in bijvoorbeeld Frankrijk. We spreken met Adelaïde Dupré de Pomarède, die haar eigen lessen opzette, omdat ze de expressieve Afrikaanse dans in Amsterdam niet kon vinden. Tim van der Veen, trommelleraar, legt uit wat de reden is dat de Afrikaanse trommelmuziek niet volledig doordringt in Nederland.