Het zal niemand zijn ontgaan: deze week vindt het jaarlijkse Eurovisie Songfestival plaats. Voor de Nederlandse inzending, Duncan Laurence, zijn de verwachtingen hoog: hij staat sinds de release van zijn nummer Arcade bovenaan bij de bookmakers. En volgens velen komt dit wel goed, zeker op de douze points van België kunnen we volgens critici wel rekenen: het liedjesfestijn is immers “niks meer dan ontzettend veel vriendjespolitiek”. 

Het Songfestival is sinds 1956 niet meer weg te denken uit de Europese cultuur. Elk jaar zitten honderden miljoenen mensen voor de buis om de vaak extravagante acts te bekijken. Toch is er veel kritiek: haters vinden het een “gay festijn” of zeggen dat er sprake is van vriendjespolitiek. En dit terwijl het ooit is begonnen om een door de Tweede Wereldoorlog uit elkaar gevallen Europa weer te verenigen. De European Broadcasting Union (EBU) vonden dat een licht en entertainment waardig programma nodig was om politieke conflicten de wereld uit te helpen.

Maar nu, meer dan 60 jaar later, lijkt er steeds meer en meer weerstand te zijn. België zou bijvoorbeeld altijd op Nederland stemmen, Zweden altijd op Noorwegen en andersom. En dit is volgens verschillende internationale bronnen de afgelopen jaren zeker zo geweest, maar is dit dan zo erg? Is dit dan ook echt vriendjespolitiek? En wat voor maatregelen worden hiervoor genomen? Julia van Zutven, redacteur bij wiwibloggs – een website met al het nieuws over het songfestival – vertelt hierover.

De meningen zijn en blijven dus voor altijd verdeeld. Hoe het dit jaar af zal lopen is ook nog maar de vraag, zeker met het nieuwe stemsysteem. We gaan Duncan in ieder geval morgen in de tweede halve finale zien, en hopelijk ook zaterdagavond in de grote finale. Zal hij gaan voor de eeuwige roem?