Wanneer je op Wikipedia de ‘geschiedenis van de Nederlandse muziek’ intikt, is alleen de geschiedenis vanaf 1920 te zien. Maar muziek werd al honderden jaren eerder gemaakt en al helemaal veel eerder beleefd. Muziek is iets wat door elke generatie wordt meegedragen, in welke vorm dan ook. 

“Muziek maakt je vrolijk. Dat is altijd zo geweest”, aldus Riet Beaujean. “Ook vroeger werden mensen al met muziek vermaakt. Het concertgebouw bestond al, de fanfare liep zijn mars bij gelegenheden en rijke mensen lieten een orkestje komen bij een verjaardag.

Beaujean is communicatiemedewerkster van het Kijk en Luistermuseum in Bennekom. We kunnen het onszelf bijna niet voorstellen, maar er is een tijd geweest waarin elektriciteit nog niet bestond. In het museum wordt uitgelegd hoe men vroeger van muziek genoot zonder dat daarbij elektriciteit aan te pas kwam.

“Dan moeten we denken aan de 16de/17de eeuw. Desondanks speelden instrumenten toch al vanzelf. Een veer werd opgewonden die daardoor terugdraaide. Die veer zette vervolgens een cilinder in werking waardoor een toonkam geluiden liet horen.”

Veel mensen dansen tegenwoordig op muziek. Op een festival of tijdens een concert, bijvoorbeeld, doen we allemaal wel eens een dansje. Dat was vroeger voor veel mensen ‘not done’. “Sommige mensen vonden dat niet netjes. Mensen deden het niet, omdat het niet mocht van het geloof. Daarnaast waren er speciale danshuizen, maar nette mensen kwamen niet in zo’n danshuis. Wie weet wat daar wel niet van kwam.”

Tegenwoordig zijn er vele muziekgenres die we kunnen beluisteren, maar vroeger was dat heel anders. Het mainstream genre was klassieke muziek. Daarom is klassieke muziek ook een belangrijk onderdeel van de Nederlandse muziekgeschiedenis. Het Nederlands Muziek Instituut bewaart al jaren biografieën, archieven en stukken van componisten. Directeur Frits Zwart legt in het kort de geschiedenis van de Nederlandse muziek uit: “De geschiedenis van de Nederlandse muziek is net zo oud als Nederland zelf bestaat. De vraag is dan waar dat begint. Wij weten in ieder geval het een en ander vanaf de 16de eeuw. Dat is ons beginpunt. De grootste componist uit die tijd is Jan Pieterszoon Sweelinck. Hij trok naar Amsterdam om zijn stukken te componeren. Hij is vergelijkbaar met de statuur van Johann Sebastian Bach.”

De klassieke muziek ontwikkelde zich net als alle andere dingen in die tijd ook razendsnel. “De muziek werd steeds ingewikkelder, er werden veel meer toonladders gebruikt en er kwam veel meer chromatiek in stukken van componisten. Daarnaast kwam er veel meer ruimte voor gevoel in de muziek, althans dat werd veel meer uitgedrukt. Verdrietig, boos of plezier, we konden het allemaal horen.”

In het onderstaande fragment legt Zwart de ontwikkeling van de klassieke muziek verder uit en Beaujean vertelt over belangrijke ontwikkelingen van instrumenten.