Foto: Franklin Heijnen / Flickr

De motoriek van kinderen gaat achteruit. De laatste jaren stapelt het onderzoek naar dit fenomeen zich op. Het wordt zelfs zo onder de loep genomen, dat allerlei scholen er extra aandacht aan besteden met speciale tests en activiteiten. Een van de belangrijkste redenen voor de achteruitgang is het gebrek aan sport en spel en een toename van zittend vermaak.

Voor velen zal motoriek niet bewust een hoofdpijndossier zijn. Dat gaat toch gewoon vanzelf? Zijn er dan geen grotere problemen waar we mee te maken krijgen? Misschien, maar we vergeten vaak in hoeveel situaties we gebruik maken van onze motorische ontwikkeling. Motoriek is verweven met allerlei dagelijkse activiteiten, zoals lopen en fietsen, maar ook met kleinere activiteiten zoals een appel schillen of afdrogen. Stel je voor dat je in al die activiteiten steeds fouten maakte. Dat zou heel wat irritatie opleveren.

En die problemen worden nu langzaam ontdekt. Aandacht voor grof en fijn motorische ontwikkeling blijkt invloed te hebben op meer dan alleen de activiteiten op zichzelf. Wanneer een kind of jongere een motorische achterstand ontwikkelt, kan dit zorgen voor een breed scala aan problemen. Wanneer een kind bijvoorbeeld een bal niet naar een teamgenoot kan gooien of schoppen, kan dit zorgen voor ergernis bij medespelers. Wanneer een kind niet snel genoeg kan schrijven, zal het al snel achterlopen in lessen waarbij het moet schrijven.

Bij het onderzoek dat nu gepubliceerd is, zien we dat het met name gaat over kinderen in de leeftijd van 0 tot ongeveer 12 jaar. Maar hoe zit dat eigenlijk met jongeren? Hoe werkt deze achterstand door op de middelbare school en daarna? We vragen het aan Annelotte Marks en Anne-Wil Prins, afstudeerders aan de opleiding Oefentherapie Cesar. Ze vertellen wat voor problemen we kunnen krijgen en hoe we onze motoriek kunnen verbeteren.