Foto: Mstyslav Chernov/Unframe [CC BY-SA 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0)]

Het Griekse eiland Lesbos is al geruime een belangrijk toevluchtsoord voor vluchtelingen, net als haar buureilanden. Met nieuws over mensonterende toestanden en “massa’s vluchtelingen” was Griekenland, en dan met name Lesbos, niet weg te slaan uit de Nederlandse media. De afgelopen maanden leek er een eind te zijn gekomen aan de eindeloze reeks berichten. Is de rust wedergekeerd op het eiland?

De berichten van zo’n half jaar geleden zijn nog altijd schrijnend. De situatie leek in het vluchtelingenkamp Moria met name erbarmelijk, maar ook de situatie in het andere kamp Kara Tepe – alhoewel een stuk hoopvoller – was verre van wenselijk. Maar de cijfers van UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, willen een ander verhaal over het voetlicht brengen. De echte piek in het aantal vluchtelingen dat in Griekenland aankomt, is al jaren geleden. In 2015 arriveerde een ongelofelijke hoeveelheid mensen, maar daarna al nam het rigoureus af. Statistisch gezien kun je spreken van een verwaarloosbare hoeveelheid nieuwelingen, met name vanaf 2017.

Maar daarmee is de kous niet af, het probleem niet opgelost. De kampen zitten overvol en ieder duizendtal meer, hoe klein ook ten opzichte van de hoeveelheid kampbewoners, is een duizendtal teveel. Als je zoekt op Google naar afbeeldingen van het vluchtelingenkamp Moria zie je wisselende beelden. Sommige netjes en hoopgevend, andere walgelijk en mensonterend. Het kamp Kara Tepe is volgens Google Afbeeldingen een lichte, vredige plaats. Dat lijkt ook logisch, als je weet dat Kara Tepe een vluchtelingenkamp is waar ze zich vooral richten op de kwetsbaarste groepen: ouderen, gezinnen met jonge kinderen, zieken en zwangere vrouwen.

De vraag of deze kampen niet overvol zitten met mensen die ook in hun eigen land hadden kunnen blijven, is eenvoudig beantwoord. UNHCR splitst het aantal gearriveerde vluchtelingen uit in land van herkomst. In een oogopslag is het duidelijk: Afghanistan, Syrië, Irak en Palestina staan bovenaan. Vier plaatsen waar het niet best aan toe is. Vreemd is wel het kopje ‘others’, anderen, dat daar vlak onder bungelt. Die categorie neemt met 10,6% bijna net zo’n groot aandeel in beslag als Palestina,  maar bestaat dus uit enorm veel landen die ieder maar een klein deel uitmaken. Volgens de logica van de tabel zou ieder land maximaal 0,1% kunnen uitmaken, waardoor onder dat kopje 106 landen moeten vallen. En dat zou weer betekenen dat er dus minstens 116 verschillende nationaliteiten aan vluchtelingen in Griekenland rondlopen. Niet onmogelijk, maar wel erg interessant.

Al deze mensen lopen dus nog altijd rond in overvolle vluchtelingenkampen van waaruit er nauwelijks verdere beweging is. Door de deal met Turkije komen de vluchtelingen moeilijker in Europa aan asiel, maar ook het terugsturen naar Turkije faalt. De volwassenen en kinderen die vast zitten in de kampen moeten maanden, soms jaren, wachten op verlossing. Trauma’s stapelen zich op en voedingsmiddelen en zorg worden schaarser. Hulporganisaties kunnen veel en tegelijk kunnen ze te weinig betekenen. Staatssecretaris Harbers ging in februari naar Lesbos om het met eigen ogen te aanschouwen. Trouw schreef daarover een reportage, waarin hij over zo ongeveer de gehele gang van zaken zei: “Het moet beter.”

Gini van Wijnen, student Cultural Psychology aan de Universiteit van Amsterdam, is al drie jaar op rij een poosje naar Lesbos gegaan voor vrijwilligerswerk. Eerst tweemaal twee weken en dit jaar in mei een volledige maand. De allereerste keer ging ze mee met een team, met de organisatie Because We Carry, de tweede keer was ze onderdeel van Refugee4Refugees en Yoga & Sport For Refugees en de laatste keer hielp ze weer bij de sportactiviteiten. Ze deed allerlei dingen, “boat spotting”, praktische ondersteuning bij de kampen, ontbijt leveren en dus veel sporten. Door de ervaringen die ze als vrijwilliger opdeed, weet ze hoe de kampen eruit zien en hoe de mensen leven. In de uitzending van vandaag, woensdag 29 mei, vertelt ze hoe ze omgaat met die beelden.