Uit onderzoek blijkt dat oude gebouwen die voorheen voornamelijk voor collectieve doeleinden werden gebruikt, steeds vaker worden omgetoverd tot studentenhuisvesting. Hoe gaat dit in zijn werk en waarom is dit noodzakelijk?

“Het tekort aan studentenhuisvesting is enorm”, aldus Diederik Brink. Brink, directeur van Kences – kenniscentrum voor studentenhuisvesting – zegt dat de cijfers zorgwekkend zijn. John van Harten van studentenvakbond LsvB bevestigt dit in een interview met De Volkskrant een paar maanden geleden. Hij maakt zich zorgen om de aanhoudende woningnood voor studenten. Hij zegt hier: “De krapte leidt tot hogere huren en studenten kennen hun rechten niet. Ze weten niet wat een normale huurprijs is.”

Maar hier lijkt de afgelopen jaren een oplossing voor te zijn gevonden. Scholen en kantoren hebben na jaren eindelijk weer geld voor innovatie. Waar voorheen de financiële crisis ze hier nog in belemmerde hebben ze sinds kort weer budget voor nieuwe gebouwen. Hierdoor komen hun ‘oudere’ panden leeg te staan, wat op hun beurt weer een uitkomst biedt voor studenten. Deze panden worden volgens een rapport van LsvB opgekocht en opgeknapt. De oude klaslokalen zijn niet langer saaie hokjes, maar staan tegenwoordig vol met bedden, bureaus en blikken bier. Bovendien is er geen sprake meer van ‘te kleine’ studentenkamers: de gemiddelde oppervlakte is zo’n twintig vierkante meter.

Ook student Bas heeft zo’n kamer in een oud schoolgebouw in Wageningen, een studentenstad waar de woningnood ook “verschrikkelijk” is, aldus Diederik Brink. Hoe is Bas bij deze kamer terecht gekomen en hoe ging zijn zoektocht eraan toe?

Volgens Brink en Van Harten is deze ontwikkeling positief en biedt dit een goed alternatief. “Maar let op: dit is geen oplossing voor de lange termijn. Deze gebouwen zijn niet altijd meer in de staat waarin ze ooit zijn opgeleverd. Binnen een aantal jaar zal hier gerenoveerd moeten gaan worden en zijn de studenten weer terug bij af”, aldus Van Harten.