Het Nederlandse onderwijs legt vrijdag 15 maarthet werk neer.  Dit is de eerste keer dat alle secotren van het onderwijs gezamenlijk staken, voorheen was dit alleen de middelbare school.. of iets in die richting. zou de eerste keer zijn dat het hele onderwijs tegelijkertijd een dag het werk neerlegt. De staking vindt plaats in Den Haag en sluit de nationale actieweek af, meldt de grootste vakbond AOb.

Alle leden uit alle onderwijssectoren worden opgeroepen om deel te nemen aan de staking door de AOb en FNV Onderwijs en Onderzoek. Het AOb staat voor goed onderwijs en is belangenbehartiger van het onderwijspersoneel, zowel onderwijsinhoudelijk als arbeidsvoorwaardelijk. Het CNV neemt geen deel aan deze staking, omdat zij eerst de onderhandelingen ,die volgden uit de stakingen van vorig jaar voor meer geld voor het personeel in het primair onderwijs ,willen afwachten. Het ministerie van Onderwijs heeft nog niet gereageerd op de aangekondigde acties. Het onderwijs is de sector die er deze kabinetsperiode al het meeste op vooruit gaat bij krijgt volgens het ministerie. Dat gaat dit jaar over een bedrag van 831 miljoen. Een bedrag waarvan het merendeel werd vrijgemaakt naar aanleiding van de eerdere stakingen in het primair onderwijs.

Er wordt actie gevoerd voor meer investeringen in het onderwijs. ‘Het onderwijs heeft 4 miljard euro extra nodig. De afgelopen 20 jaar is er 20 keer bezuinigd en maar 4 keer geïnvesteerd’ aldus een woordvoerder van de AOb. Dit is vreemd volgens de AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen, omdat economen het erover eens zijn dat investeren in het onderwijs goed is voor de maatschappij en de economische groei. In plaats van op deze manier voor economische groei te zorgen, focust dit kabinet meer op lastenverlichting voor bedrijven, terwijl de bevolking meer baat zou hebben bij goed onderwijs.

De investeringen zijn nodig volgens de actievoerders om onder andere het lerarentekort tegen te gaan en de hoge werkdruk op die manier te minderen. Door de bezuinigingen gaan de lonen logischerwijs ook omlaag en wordt het onderwijs minder aantrekkelijk. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Veel meer vrouwelijke studenten kiezen ervoor door te studeren en het onderwijs links te laten liggen. Dit is des te opmerkelijker gezien het feit dat juist het onderwijs lange tijd bij juist vrouwen in trek was door de ruime mogelijkheden om parttime te werken en het vrijaf hebben in schoolvakanties. Bij mannelijke studenten ligt de belangstelling voor het onderwijs ingaan sinds 2010 al op een stabiel laag percentage.

De actieweek is van start gegaan met een lawaaiprotest opschoolpleinen aan het begin van de middag. Ook waren leerlingen, studenten en ouders opgeroepen om een applausmoment te houden voor het onderwijspersoneel. Het programma bestaat uit een landelijke ‘verwenwoensdag’ voor alle docenten op lerarenopleidingen in het hoger beroepsonderwijs of op stagescholen. Op donderdag is er  nog een debat met Ingrid van Engelshoven (D66) in Den Haag. 15 maart wordt iedereen die gaat staken om twaalf uur in de middag op het Malieveld in Den Haag verwacht. Er zullen enkele sprekers aanwezig zijn op het podium. Volgens de AOb steunt een groeiende groep schoolbesturen de staking, maar de scholen die dat niet doen kunnen loon gaan inhouden. De eventuele looninhouding van de leraren wordt wel vergoed door de AOb en FNV als je aan de voorwaarden voldoet.

Joyce Roukema zit al jaren in het onderwijs en gaat aankomende vrijdag staken in Den Haag. Roukema ervaart al jaren de bezuinigingen in het onderwijs bij haar dagelijkse werkzaamheden. Daarnaast maakt Roukema zich ook zorgen over het gegeven dat steeds minder jonge mensen kiezen voor een carrière in het onderwijs. Juist Roukema die ondermeer onder andere les geeft aan studenten van de opleiding Onderwijsassistenten ziet een tanendebelangstelling voor het vak. “De praktijk wijst uit dat onderwijsassistenten meer en meer volledig als leerkracht worden ingezet, hierdoor zien de zij onderwijsassistenten niet de meerwaarde in van een vervolgstudie als de PABO of een lerarenopleiding”.