Vorige week hebben de werkgeversorganisaties VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland wederom toenadering gezocht tot de vakbonden. Ze willen opnieuw onderhandelen over het opstellen van een lijst met zware beroepen. Mensen met zo’n beroep zouden hiermee eerder met pensioen kunnen. De werkgeversorganisaties wijzen bij hun plannen nu naar de zwareberoepenlijst van Oostenrijk.

De discussie over de vervroegde pensionering voor mensen met zware beroepen speelt in Nederland al jaren. Dit omdat de werkgeversorganisaties, de vakbonden en het kabinet het maar niet eens worden over de definiëring van een zwaar beroep. De gesprekken tussen deze partijen klapten vorig jaar na acht jaar onderhandelen. De werkgeversorganisaties nodigen de vakbonden nu opnieuw uit om rond de tafel te komen zitten. Hiermee nemen zij de zwareberoepenlijst van Oostenrijk als voorbeeld. “De lijst van Oostenrijk bewijst dat het niet onmogelijk is om een zwaar beroep te kunnen definiëren. Het is een gebaar naar de bonden toe om opnieuw hierover in gesprek te gaan,” aldus Mieke Ripken, woordvoerder MKB-Nederland.

Oostenrijk kent sinds 2007 een speciaal zwareberoepenpensioen. In de lijst staan zo’n 180 beroepen die als zwaar worden beschouwd. Ook wordt er hierbij onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen. Het Oostenrijkse ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een aantal criteria opgesteld wanneer iemand zijn beroep als lichamelijk of geestelijk als zwaar of belastend wordt gezien. Dit model kijkt naar de functie en heeft als uitgangspunt het aantal kilocalorieën dat wordt verbrand tijdens het werk.  Voor mannen moeten dat er minstens 2000 per werkdag zijn en voor vrouwen 1400. Verder wordt er gekeken naar nachtwerk (minimaal 6 uur tussen 22.00 uur en 06.00 uur), ploegdiensten en werken in hitte/kou of werken onder andere gevaarlijke omstandigheden.

Oostenrijk lijkt zich met de lijst voornamelijk te focussen op fysiek zwaar werk. Denk hierbij bijvoorbeeld aan beroepen in de bouw-en zorg sector. Ankie Brouwer, ziekenverzorgster in bejaardentehuis Joachim & Anna in Veghel beaamt dat de zorgsector grotendeels bestaat uit zware beroepen. “Het werk is fysiek erg zwaar; er komen steeds meer mensen binnen met een hoger zwaarte pakket die veel en intensieve zorg nodig hebben. Hierbij maken we lange dagen en zijn er momenteel ook nog grote personeelstekorten. Dit alles maakt het moeilijk om dit werk te kunnen volhouden tot je 67e. Vervroegde pensionering of aanpassende werkzaamheden zouden hiervoor oplossingen kunnen zijn.”

Ripken vertelt: “Wij snappen dat het voor veel mensen écht onmogelijk is om gezond te kunnen doorwerken tot je 67e. En werkgevers hebben dat besef óók, want als je je werknemers tot 67 jaar moet laten doorwerken en ze vallen met 64 jaar uit en je moet ze wel blijven doorbetalen, dan ben je daar als bedrijf zijnde ook niet bij gebaat.” De werkgeversorganisaties stellen buiten het opstellen van een zwareberoepenlijst, hierbij dan ook de eis de boete op vervroegde uittreding voor mensen met een zwaar beroep te beëindigen. “Nu betalen werkgevers een boete over het bedrag dat een vroeg gepensioneerde werknemer bij zijn vertrek meekrijgt. Als het kabinet deze boete afschaft, scheelt dat veel geld voor mensen met een zwaar beroep.”

Ripken verwacht dat de vakbonden na de staking van afgelopen maandag in zullen gaan op de uitnodiging om opnieuw in gesprek te gaan betreft dit dossier. “Het pensioen is een zaak van werkgevers, werknemers en de overheid; dát is tenslotte het Nederlandse poldermodel. We moeten hier dus samen uit zien te komen.”