De bezoekersaantallen van theaters en schouwburgen nemen weer jaarlijks toe na een tijd lang in een dal te hebben gezeten. In het kader van World Theatre Day dat op 27 maart plaatsvindt bekijk ik samen met Ludy Graffelman wat de oorzaak is van het feit dat toneel weer in de mode is en hoe hij dit verwerkt in zijn eigen stukken. 

Graffelman, theatermaker en regisseur van beroep, is zichzelf niet per se bewust van het feit dat de bezoekersaantallen toenemen: “Het komt jammer genoeg ook nog geregeld voor dat bezoekersaantallen tegenvallen en zalen lang niet vol zitten, dus in mijn ogen mag theater nog veel populairder worden dan dat het nu is. De World Theatre Day heeft geen speciale betekenis voor Graffelman. Hij vindt het echter wel goed en noodzakelijk dat er op internationaal gebied meer aandacht wordt besteed aan theater. “Alle extra publiciteit voor theater is meer dan welkom.” 

De oorzaak van de stijgende populariteit ligt volgens Graffelman aan de onderwerpen van voorstellingen. Deze gaan volgens hem namelijk steeds vaker over actuele onderwerpen of politieke discussiepunten. ‘’Dit zorgt er voor dat mensen zichzelf kunnen identificeren met de voorstelling. Ik denk dat dit de oorzaak is van het feit dat mensen toneel weer meer zijn gaan waarderen.’’ Anderzijds gaan toneelmakers volgens hem weer inspelen op deze trend door zelf nog vaker te kiezen voor genres die actueel zijn en discussie aanwakkeren.  

Zelf kiest hij ook maar al te graag voor moderne onderwerpen. Niet per se omdat mensen het leuk vinden, maar omdat hij het zelf zo boeiend vindt om politieke boodschappen en actualiteiten in zijn stukken te verwerken. “Stukken van Shakespeare vind ik ook niet zo interessant. Niet dat ik alleen maar moderne stukken wil maken, maar wanneer ik voor een klassiek stuk ga wil ik dit wel in een hypermodern jasje steken.” Zo regisseerde Graffelman onlangs een stuk waarin een klassiek Grieks thema de metafoor was voor hedendaagse achterkamertjespolitiek.  

Volgens Graffelman is het wel prettiger dat de onderwerpen die zijn stijl kenmerken populairder worden bij het publiek. “Je wilt als theatermaker natuurlijk zo veel mogelijk voor volle zalen staan, dit is nu nog niet altijd het geval. Maar het wordt beter.” Daarnaast denkt hij dat er ook een groot verschil is in waardering wanneer je amateurtheater met professioneel theater vergelijkt. “Ondanks het niveauverschil is de waardering bij amateurtheater vele malen groter dan bij een professioneel stuk. Dit komt ook doordat er bij amateurvoorstellingen vaak familie en vrienden in de zaal zitten en bij professionele voorstellingen is het toch publiek dat wat meer verwacht.” Deze waardering zorgt er in combinatie met de kleinere zalen voor dat amateurtheater vele malen vaker volle zalen trekt dan professioneel theater.  

Dat de theatermaker mee kan praten over dit onderwerp blijkt wel uit zijn eigen producties: ieder theaterseizoen maakt hij ongeveer vijf voorstellingen met zowel amateurtoneel gezelschappen als professionele groepen. Deze afwisseling bevalt hem uitstekend, ook al zorgt het wel soms voor uitputting. “Het is erg uniek om iedere keer met verschillende groepen en dus ook diverse gezelschappen te werken. Als voorbeeld noemt hij de Utrechtse Studenten Toneelvereniging, waar toneel combineert met de studentencultuur. “Dat is erg bijzonder om mee te maken. Begrijp me overigens niet verkeerd, de leden van die groep zijn hartstikke ambitieus en dus erg prettig om mee te werken. 

De uitputting zit het hem in de mate waarin hij bij kleinere groepen moet improviseren om voorstellingen tot een mooi geheel te maken. “De mogelijkheden zijn natuurlijk niet overal even groot. Denk hierbij aan budget, maar ook aan de hoeveelheid spelers die je tot je beschikking hebt als regisseur.’’ Deze uitputting staat echter ook tegenover de dankbaarheid en de uitdaging die hij krijgt bij amateurtoneelgezelschappen. “Achteraf sta ik altijd met een trots en voldaan gevoel.”