Voor studenten is thuis blijven wonen een aantrekkelijke optie. Vooral vanwege de bespaarde kosten, maar ook omdat de noodzaak niet altijd even hoog is. Toch zitten er nadelen aan, betrokkenheid bij het studentenleven ten opzichte van andere uitwonende studiegenoten is daar één van. Iedereen kan ’s avonds nog naborrelen terwijl jij rekening moet houden met de laatste trein. Sinds de invoering van het leenstelsel is uit onderzoek gebleken dat het aantal uitwonende studenten is gedaald. In een interview  met Anouk Ruijters, thuiswonende student, worden de voor-, maar vooral ook de nadelen benoemd. 

Het CBS laat met recente cijfers weer zien dat thuis wonen nog steeds een aantrekkelijke optie is. Dit is een trend die sinds 2012 eigenlijk alleen maar gestegen is. Oorzaken? We kunnen in ieder geval inzien dat het leenstelsel niet heeft meegeholpen aan de bevordering om op kamers te gaan. De meeste studenten willen niet met een hoge studieschuld kampen en zeker als hij of zij het bij moeders en vaders beter bekeken heeft. Niet hoeven te koken, kosteloos mee boodschappen doen zijn bijkomende voordelen. De keuze lijkt niet zo moeilijk.

Zeker als de afstand naar school nog eens kort is. Toch zijn er ook gevallen waarbij de reisafstand verder is dan twee straten verder. Voor deze thuiswonende studenten is het soms moeilijk om alle voordelen van thuis wonen even rooskleurig in te zien. Anouk Ruijters, student docent beeldende kunst en vormgeving aan het ‘t Fontys in Tilburg, is zelf thuiswonende en vertelt over haar dagen. ”Ze zijn erg lang. Ik sta soms om half zes op en dan ben ik niet eerder thuis dan acht uur ’s avonds.’’ Het is extra vervelend, vertelt Anouk, omdat haar treinaansluiting niet met de busaansluiting past. Ondanks de lange reistijd kan Anouk soms door overvolle bussen en treinen niet toekomen aan haar schoolwerk in het openbaar vervoer. ”Dat is wel een groot verschil met studiegenoten van mij die op kamers zitten. Zij beginnen veel eerder aan huiswerk en zijn daar ook eerder mee klaar. Zo kunnen zij eerder naar bed en later opstaan.’’

Anouk vertelt verder. ”In de prestatie zie ik het verschil gelukkig niet heel erg. Want ik doe ook gewoon mijn schoolwerk natuurlijk.’’ Over de afnemende betrokkenheid bij haar studentenleven kan Anouk wel beamen. ”Ik merk gewoon dat ik heel vaak niet mee kan doen met feestjes omdat ik altijd op de laatste trein moet letten.’’ Het weerhoudt Anouk niet van haar studie af want daar is de liefde voor beeldende kunst te groot voor. De druk ligt wel erg hoog. Uit meerdere onderzoeken blijkt dat de prestatiedruk onder jongeren de afgelopen decennia gegroeid is. Of het percentage afhakende thuiswonende studenten daarmee in verband staat blijft nog de vraag. Volgens Anouk is het in ieder geval wel een factor.  ”De druk ligt erg hoog bij mij op de opleiding, ik moet presteren. In combinatie met mijn lange dagen is dit soms wel erg pittig.’’ De hoge kosten zijn een van de redenen waarom Anouk nog niet op kamers is gegaan. ”Daarnaast zit ik nu nog in mijn eerste jaar en wil ik pas nadat ik mijn propedeuse heb behaald op kamers. Nu is het nog te duur in verhouding met de zekerheid die ik nog niet heb over mijn studie.’’

In de toekomst zal het nog moeten blijken of studenten weer eerder en vaker op kamers gaan en of de nadelen van thuis wonen groter lijken te zijn dan uitwonende studenten wat betreft de prestaties op school. ”Voor je studentenleven is het in ieder geval niet altijd even leuk’’ , lacht Anouk.
Al verschillende studiegenoten van haar zijn gestopt met de opleiding. Maar of dit te maken heeft met het thuis wonen kan Anouk niet bevestigen. ”Er zaten ook mensen bij die al op kamers zaten. Dus om daar nu heel stellig een verband tussen te leggen, is ook niet plausibel.’’

Eén ding weet Anouk wel zeker: volgend jaar gaat ze op kamers!