Als je je televisie aanzet, een tijdschrift opent, of naar de film gaat, zal je hoogstwaarschijnlijk mensen zien met tatoeages. Modellen, acteurs en topsporters laten hun tattoos vaak met veel trots zien. Tatoeages zijn steeds populairder geworden. Hoewel tatoeages zelf al wel lang bestaan, is de motivatie voor het hebben van een tatoeage daarentegen wél erg veranderd door de jaren heen.

Tegenwoordig hebben veel mensen een tatoeage. Bijvoorbeeld omdat een bepaalde tekening of tekst zich doet herinneren aan een persoon of ervaring, of simpelweg omdat ze het mooi vinden. Maar er zijn tijden waarin men tatoeages gebruikte als identiteitsstempel. Dit gebeurde nog niet eens zo heel lang geleden nog. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden gevangenen in concentratiekampen gemerkt met een tattoo. Ook nog veel eerder, in het oude Rome, gebeurde hetzelfde met criminelen en slaven.

Pas toen tatoeëren pauselijk verboden werd, ontstond er hernieuwde belangstelling voor tatoeages door expedities naar andere werelddelen. Vooral de Japanse techniek, waarbij veel kleuren worden gebruikt, werd erg populair.

Waarbij tatoeages vroeger vaak voor de lagere samenlevingsklasse bedoeld was, is tatoeëren nu een kunstvorm geworden. Tegenwoordig kan iedereen gezien worden met een huidtekening op zijn of haar lichaam. Vooral onder jongeren en studenten is het hebben van tattoos erg gewild. Het geeft een gevoel van controle over het eigen lichaam. Het zelf mogen bepalen wat je doet met je lichaam is van groot belang bij deze doelgroep.

Wist je dat?
Uit onderzoek blijkt dat het woord tatoeage is afgeleid van ‘het gevolg van tikken’, een Tahitiaanse uitdrukking. Het blijven prikken met een naald of ander scherp voorwerp dat vol zit met inkt. De tijd dat de tattoo blijft zitten heeft niks te maken met de manier, machinaal of handmatig, waarop het teken wordt gezet. Het gaat om de diepte van de naald. Als de naald maar diep genoeg komt, blijft de inkt in je huid zitten.