“Een grote rijke woordenschat in moedertaal maakt dat kinderen meer potentie hebben om andere talen gemakkelijker te leren”, vertelt Sophie Oude Nijhuis, onderwijsadviseur van EDUX. Met deze gedachtegang leek Duitse politicus Tayfun Keltek afgelopen week zijn voorstel te doen: Engels vervangen voor de moedertaal van kinderen.

Dr. Karijn Helsloot, gespecialiseerd taalkundige in meertaligheid, is geen voorstander van het voorstel om de Engelse taal te vervangen. Wel ziet zij het nut in van het bieden van een vreemde taal als extra optie in het (basis)onderwijs. Zij licht dit toe in onderstaande video.

Keltek zijn voorstel veroorzaakte ophef onder de andere politici en werd door de Duitse minister van Onderwijs, Yvonne Gebauer, vrijwel meteen van tafel geschoven. Toch is Keltek niet de enige voorstander van het bevorderen van de moedertaal van kinderen. Ook in Nederland wordt er door verschillende onderwijsspecialisten -en adviseurs aandacht aan besteed. Onderwijsspecialist op gebied van etnische minderheden, Zeki Arslan, is daar een van. Hij pleit ervoor dat de Nederlandse overheid zelf weer de touwtjes in handen neemt om onderwijs in kinderen hun thuistaal aan te bieden.

“De moedertaal is van cruciaal belang voor een kind, maar daar doen we in Nederland niets mee”, vertelt hij. De bekostiging van het lesgeven in allochtone levende talen zoals Turks en Arabisch wordt sinds 2004 niet langer meer door de overheid vergoed. “Een grote fout”, volgens Arslan. Door het afschaffen van de wet onderwijs allochtone levende talen (OALT) hoopte de overheid de prioriteit te leggen op het leren van de Nederlandse taal. ‘Dit zou de integratie van allochtonen in Nederland verbeteren’, meldt de Eerste Kamer op haar website. In de praktijk is echter gebleken dat de afschaffing van de OALT nog wel wat vragen oproept.

“De afschaffing van de OALT is ontzettend dom”, meent Arslan. In de afgelopen zestig jaar zijn er veel kinderen in Nederland bijgekomen die niet van huis uit Nederlandstalig zijn. “Op het moment dat deze kinderen intreden in het basisonderwijs, wordt van hen verwacht dat zij hun thuistaal achter zich laten. Zo ontwikkelen kinderen een taalachterstand en moeten ze een enorme inhaalslag halen. Op deze manier worden kinderen intellectueel gediscrimineerd.”

Bij het leren van een vreemde taal, gebruiken we onze eigen taal, beaamt Oude Nijhuis. “Wanneer kinderen een goede beheersing hebben van hun moedertaal, wordt het makkelijker voor hen om woorden om te vormen tot een andere taal”, zegt ze. Inge Jansen, werkzaam bij stichting loopbaanontwikkeling (SLO) legt dit verder uit. Ze zegt: “Wanneer leerlingen iets moeten schrijven in een taal die zij nog niet heel machtig zijn, zoeken ze eerst informatie in de taal die zij al kennen, hun moedertaal. Op deze manier wordt er door de leerlingen een connectie gelegd met nieuwe woorden en bouwen zij op een veel betere manier woordenschat op”, aldus Jansen.

Ook Arslan is van mening dat kinderen van nature terugvallen op hun moedertaal. “De taal die kinderen thuis spreken, is de taal waar zij een enorme voorsprong op hebben. Dit is de taal waar kinderen altijd op terugvallen en gebruik van maken. De overheid heeft deze belangrijke talen uitgesloten. Dat is natuurlijk niet goed.”

Niet alleen door Arslan wordt het feit dat er in het Nederlandse (basis-)onderwijs niet tot nauwelijks aandacht wordt besteed aan het onderhouden van kinderen hun moedertaal betreurd. Ook Jansen zou het liever anders zien. Ze zegt: “Het zou juist goed zijn als kinderen hun eigen taal in kunnen zetten in de klas.” Het inzetten van de taal waar kinderen mee zijn opgegroeid zou ervoor zorgen dat kinderen zich thuis voelen in de klas. “Een taal is deel van de identiteit en de cultuur.”

Jansen hoopt dat er vanuit de overheid bewustwording komt dat het bevorderen van de moedertaal het leren van de Nederlandse taal gemakkelijker maakt voor kinderen. “De overheid moet gaan inzien dat Nederlands niet de enige moedertaal is die er wordt gesproken. Als kinderen de mogelijkheid krijgen om ook hun eigen moedertaal te gebruiken, zullen ze merken dat ook dat stuk van hun identiteit er mag zijn. Hun taal is onderdeel van hun identiteit en dat moet meer bespreekbaar worden in de klas”, aldus Jansen.

Ook volgens Arslan zijn taal en identiteit onlosmakelijk met elkaar verbonden. “Meertaligheid is ontzettend waardevol. Taal verbindt ons. Het is een emotioneel, historisch en ritueel draagvlak voor de mens.” Op dit moment zijn weekendscholen een oplossing om de moedertaal van kinderen, anders dan het Nederlands, in stand te houden. Maar dit is volgens Arslan niet goed voor de maatschappelijke verhouding tussen kinderen. “Ik ben van mening dat in een beschaafd land als Nederland de thuistaal van een kind moet worden gefinancierd. We moeten juist trots zijn op het feit dat er zoveel kinderen zijn die meerdere talen spreken. De thuistaal van kinderen is een burgerrecht en dit is iets dat de overheid gewoon moet genereren”, aldus Aslan.