Steeds minder jongeren geven aan bij een religie te horen. Het aantal godsdienstige jongeren is al aan het dalen sinds 1997, blijkt uit onderzoek van het CBS. Maar wat zeggen deze cijfers nou eigenlijk? Is de nieuwe generatie dan niet meer op zoek naar religie en spiritualiteit? 

Nog maar 4 op de 10 jongvolwassenen (18-25 jaar) gelooft. In 2010 was dit nog meer dan de helft. Een daling van gelovigen is te zien bij meerdere leeftijdsgroepen, maar nergens zo sterk als bij jongeren. Maar hebben jongeren dan geen interesse meer in religie?

“Jonge mensen zijn niet per se afgeknapt op religie” vertelt dokter professor Monique van Dijk-Groeneboer, hoogleraar religieuze educatie aan Tilburg University “Je langere tijd verbinden met een vast instituut, of bijvoorbeeld lidmaatschap betalen, dat is uit de mode geraakt en daar lijden onder andere religies onder.”

Van Dijk-Groeneboer doet onderzoek naar spiritualiteit en identiteitsvorming onder jongeren. Zij wijdt het afstappen van vaste godsdiensten aan de tijd waar in we leven. Door globalisering en het internet zijn er zoveel keuzes te maken dat jongeren zich niet meer aan één ding binden. “De nieuwe religie van jongeren lijkt het combineren van religies. Dat ze het bijvoorbeeld wel fijn vinden om te mediteren en mindfull te zijn of bij een verdrietige gebeurtenis een kaarsje aan te steken, die kleine ritueeltjes grijpen ze dan nog aan voor houvast, maar wekelijks naar de kerk gaan is dan vaak een stapje te ver. Ook vinden ze steeds vaker zingeving in andere dingen, zoals muziek of sport. Dat geeft een taal aan hoe ze zich voelen en hoe ze willen zijn, iets wat men vroeger vond in de kerk of moskee.

Kerken en moskeën brengen ook een gemeenschap met zich mee. Het lijkt dan ook bijna geen toeval dat nu jongeren zich steeds minder binden aan een religie, steeds meer jongeren aangeven eenzaam te zijn. Dit kwam onder andere naar voren in onderzoek van het EenVandaag opiniepanel, waarin vier op de tien jonge mensen (43%) aangaf zich minstens één keer per week eenzaam te voelen. Dit ligt zelfs stukken hoger dan het percentage 55+ers die zich minstens eenmaal per week eenzaam voelt (16%). Een rede die jongeren in het onderzoek vaak aandragen is het gebrek aan een sociaal netwerk. Iets wat religie vaak biedt. “Een kring met mensen die je wekelijks spreekt, dat is zoiets kostbaars in een samenleving die steeds individualistischer wordt” voegt Dijk-Groeneboer hier aan toe. “Niks is erger voor jongeren dan emotioneel eenzaam zijn, daarom werken studentenverenigingen ook zo goed.”

Het idee van een studentenvereniging en een kerkelijke gemeenschap wordt vaak ook door jongeren gecombineerd. Zo zijn er tientallen christelijke studentenverenigingen ontstaan. De meeste van deze verenigingen nemen ook een duidelijk standpunt in tegen de huidige seculariteit onder jong volwassenen: “Door religie hebben wij een gemeenschap van gelijkgestemde en dat hoort iedereen te hebben” lijkt hier de boodschap te zijn, maar zo’n vaste vorm van geloof is voor veel jongeren niet meer weggelegd, christelijke studentenverenigingen worden daarom gedwongen om steeds vrijer te zijn in waar ze voor staan.

“Naar mijn idee is het niet zo dat jongeren niet meer in spiritualiteit geloven” vertelt van Dijk-Groeneboer, “Eigenlijk zeggen ze in wezen geen duidelijke God te hebben. Dit kwam ook vaak terug in mijn onderzoek, daarin vertelde jongeren mij: ‘Ja er is wel iets wat alles bepaalt, maar ik noem het niet een God en ik laat me zeker niet door iemand anders zeggen wat dat “iets” dan precies is. Het blijft allemaal een vage mengelmoes van verschillende geloven’”

Dit herkent ook dominee Henk Bouma, hij leidt op zondagen de dienst in kerk en buurthuis “Huis van Vrede” in Kanaleneiland Utrecht. Hier gingen we langs om met hem te praten over deze ontwikkeling en te kijken hoe hij zijn dienst hierop aanpast. Daarnaast spraken we met jongeren uit de kerk.