Hoewel het aantal flexwerkers volgens het CBS het eerste kwartaal van 2019 iets is afgenomen, is daar weinig van te merken in horeca-gelegenheden. Menig koffiezaakje is langzaam omgetoverd tot inloopkantoor waar laptopschermen de ruimte domineren. Niet iedereen kan deze ontwikkeling waarderen. 

Telefoontjes plegen, mailtjes sturen en zelfs klanten ontvangen: het gebeurt lang niet allemaal meer op kantoor. Flexwerkers en zzp-ers installeren zich vaak in een gezellig etablissement en brengen daar hun werkdag door. Voor de omzet van een zaak is dat misschien prettig, voor de sfeer minder. Daarom zetten steeds meer eigenaren zich af tegen de aanblik van laptopschermen in hun zaak en voeren een no work-policy in.

Zo ook bij koffiebranderij “De Boon” in Den Haag. Ongeveer een jaar geleden was eigenaresse Lianne Bertens het zat als inloopkantoor te fungeren. “Sfeerbedervers”, noemt ze de flexwerkers. “Zodra ze hun apparaat openklappen sluiten ze zich volledig af voor de ruimte.” Dit paste niet bij het huiskameridee dat ze voor haar zaak voor ogen had. “Koffie staat voor verbinding. Als je iemand uitnodigt op de koffie te komen, vraag je eigenlijk of iemand even komt kletsen. Het is een sociaal bindmiddel.” Vandaar dat er niks anders opzat dan een werkverbod in te voeren.

De Boon is niet de enige met een laptapverbod. Steeds meer horeca-zaken zijn de mensen die buitenshuis werken zat. Toch is het lastig mensen weg te sturen; het druist tegen het concept van een horeca-zaak in waar sfeer en gezelligheid centraal staan. Horeca-ondernemers proberen op verschillende manieren duidelijk te maken dat hun zaak geen werkplek is door geen WiFi aan te bieden, bordjes op tafel te zetten of vriendelijk aan mensen te vragen of ze hun laptop dicht willen klappen. Volgens Lianne komt het de sfeer alleen maar ten goede. “Ik snap best dat mensen af en toe eens buitenshuis willen werken. Gelukkig zijn er genoeg andere zaakjes waar dat wel kan. Bij ons willen we dat mensen met elkaar praten.”