Cassettes zijn weer in. Grote artiesten zoals The 1975 en Ariana Grande brengen hun albums weer op cassettes uit. De grootste reden hierachter? Het is goedkoop. Maar wat is nou de echte magie achter de cassette?

De cassette is een uitvinding van de Nederlander Lou Ottens. Het eerste bandje werd in 1963 op de markt gebracht namens Philips. Het compacte formaat en de mogelijkheden om makkelijker op te nemen dan met de grotere bandrecorder maakte de cassette een succesverhaal.

De cassette is eigenlijk een magneetband met een plastic omhulsel. Op deze magneetband wordt muziek gebrand. Dit kan bijvoorbeeld met een stereo. Als er een nummer op de radio komt kan je je bandje in de stereo doen en op record drukken. Zo werden de befaamde mixtapes gemaakt.

Artiesten gebruiken de cassette op een andere manier. Dit is voornamelijk door het gebruik van een 4-track. De 4-track is een cassetterecorder die de magneetstrip verdeelt in vier verschillende sporen. Zo kun je met meerdere takes een nummer maken.

Tegenwoordig is de cassette moeilijker te verkrijgen, de laatste fabriek in de Benelux is de Bandjesfabriek uit Lochem. Eigenaar Thomas Baur ziet een stijgende lijn in de verkoop van het cassettebandje: Ik zie de interesse nog dagelijks toenemen, ik heb het hartstikke druk’.

Als je wil opnemen met de cassette maar je wil meer dan vier verschillende sporen kun je ook ping-pongen. Door te ping-pongen schuif je de vier opnames die je gemaakt hebt weer op één spoor. Zo kun je eigenlijk oneindig opnemen. Dit verslechtert alleen wel de kwaliteit van het bandje. Een bekend voorbeeld van een album waar dit op voor komt is Pet Sounds van de Beach Boys.

Muzikanten Ruud Fieten en Peter Cruise nemen ook op met cassettes. Nu we tegenwoordig alles digitaal kunnen opnemen is het opnemen met cassette in vergelijking een lastiger proces. Waarom zou je dan toch opnemen met cassette, wat is de magie van het bandje? In de korte reportage gingen we op zoek naar antwoorden.