Er is steeds meer verzuim bij werknemers in de gezondheidszorg. Daarnaast is er een verloop van personeel. Dat blijkt uit de Barometer Nederlandse gezondheidszorg 2018 van accountants-en onderzoeksbureau EY.

Het rapport stelt dat het ziekteverzuim met bijna zes procent in de afgelopen vijf jaar niet zo hoog is geweest. Verder noemen de onderzoekers het verloop van personeel van gemiddeld dertien procent zorgwekkend, zeker als werknemers uitstromen naar functies buiten de zorg. In de ggz, jeugdzorg en gehandicaptenzorg is dit zelfs vijftien procent. Rob Leensen is een van de onderzoekers die aan het rapport heeft meegewerkt. Hij vertelt dat het lastig is om vast te stellen waarom deze percentages zo hoog zijn. Wel stelt hij dat er een waarschijnlijk verband is tussen de decentralisatie van de zorg in 2015 en de gestegen percentages van verzuim en verloop van personeel. Gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen. Een deel van deze taken hebben de gemeenten overgenomen van de Rijksoverheid, ofwel decentralisatie. Leensen zegt hierover: “Dit heeft als gevolg gehad dat er evenveel zorg was, terwijl dit met minder geld gedaan moest worden. Dit levert een hogere werkdruk op voor de werknemers, waardoor er meer verzuim en verloop van personeel is.”

Hogere werkdruk
José Heilig, die meer dan 25 jaar in de gehandicaptenzorg werkt, herkent zich in de toegenomen werkdruk van de afgelopen jaren: “Ik werk in twee kleine teams en in beide teams zijn er nu twee collega’s die langdurig ziek zijn. Dit heeft invloed op mijn privé leven. Ik moet hierdoor meer diensten ruilen met collega’s, eerder op werk komen of alleen werken. Ook werken er meer invalkrachten bij ons. Met als gevolg dat ik meer stress ervaar.’ Verder vertelt ze dat er de afgelopen tijd extra taken zijn bijgekomen, die buiten de directe zorg van cliënten vallen. “Ik moet meer administratie doen, zoals de kas afsluiten of roosters maken. Dit werd vroeger door leidinggevenden gedaan, maar onze teams zijn sinds een paar jaar ‘zelfsturend’. Dat wil zeggen dat er een aantal taken, die leidinggevenden eerst hadden, aan de mensen op de vloer zijn overgedragen. Hiervoor krijgen we geen extra tijd, dit gaat ten koste van de tijd met cliënten. Op zich is het idee van een ‘zelfsturend’ team mooi, alleen verhoogd het dus wel de werkdruk”, vertelt José.

Bedrijfsarts Erik Brans legt uit wat de effecten van een te hoge werkdruk zijn en ex-zorgmedewerker Joyce Curiere vertelt waarom zij uit de zorgsector is gestapt. 

Vechtmarkt
De onderzoekers noemen de markt voor zorgpersoneel een ‘vechtmarkt’. Zo worden dienstverbanden in zzp-constructies omgezet, is er inmenging van detacheringsbureaus en zijn rijke instellingen bereid om hun personeel een salarisschaal meer te betalen. Rob Leensen voegt hieraan toe: “Dit zien we gelukkig nog op kleine schaal gebeuren, maar onze cliënten portefeuille geeft aan dat die voorbeelden nu al ontstaan. Onze angst is dat dit straks wel op grotere schaal gaat gebeuren.” “Een paar jaar geleden moest de zorg bezuinigen, waardoor er veel ontslagen vielen. Nu zien we dat de overheid meer geld ter beschikking heeft gesteld, maar er minder personeel is om dat extra geld te kunnen besteden. Het is nu een heel ander probleem dan 5 jaar geleden: nu wil je ze aannemen, maar nu heb je ze niet meer”, aldus Leensen. Verzorgende José bevestigt dat het voor haar werkgever steeds lastiger wordt om aan personeel te komen: “We hebben pasgeleden een vacature uitgebracht, deze vacature is nog steeds niet opgevuld. Dit gebeurt wel vaker. We merken dat het moeilijker wordt om aan geschikte mensen te komen.”

Verpleegkundige Niels Jacobs ervaart dagelijks de gevolgen van de hoge werkdruk in het ziekenhuis. Ondanks dat hij een hart heeft voor het vak, ziet hij de toekomst van de sector als geheel somber in. Student verpleegkundige Nienke Grapendaal komt al tijdens haar studie in aanraking met de problemen die spelen in de zorg.

Oplossingen van de toekomst
Op de vraag hoe het verloop en verzuim van personeel teruggedrongen kan worden, antwoordt Leensen: “De overheid moet ervoor zorgen dat er weer voldoende mensen opgeleid worden, alleen zal dit niet van dag een op dag twee zijn. Ik denk ook wel dat de zorg last heeft van een imagoprobleem. Ik denk dat de zorgsector, samen met de overheid moet kijken naar hoe de zorg weer aantrekkelijk gemaakt kan worden. Dit kan met behulp van campagnes en herintredingsbonussen.” Verder moet de werkdruk omlaag: “Zorg dat de administratieve rompslomp van zorgmedewerkers omlaag gaat. Zodat het schaarse aantal van mensen die werkt, zo veel mogelijk met de zorg van cliënten bezig zijn en niet met de administratie.” Tot slot roept Leensen de industrie en instellingen op om in technologie te investeren: “Soms kun je door slimme technologische toepassingen in te zetten, de productiviteit verhogen en dus de werkdruk te verlagen.”