Het Pokémon kaartspel bestaat dit jaar twintig jaar. Als onderdeel van een enorme franchise met onder andere een tv-serie, videogames, diverse bioscoopfilms en ontzettend veel meer, is deze Trading Card Game misschien het makkelijkst over het hoofd te zien. Toch zijn er, ook in Nederland, nog voldoende mensen die wekelijks bij elkaar komen om te spelen.

De Tafelridder

In De Tafelridder in Leiden zitten op woensdag 10 oktober zo’n twintig deelnemers, plus drie begeleiders. Opvallend genoeg verschilt het gedrag niet veel met dat van voetbalfans: afgelopen wedstrijden worden na beschouwd, de beste spelers (ergo Pokémon kaarten) worden besproken en er wordt gediscussieerd over de slimste strategieën. Niet iedereen is echter zo fanatiek. Vooral de jongere spelers kiezen de kaarten op basis welke Pokémon ze in hun korte leven hebben kunnen verzamelen, of gewoon welke er het coolste uitzien.

Hapé Wagner is een van de vrijwilligers die deze bijeenkomsten organiseert en doet dit al vrijwel net zo lang als het bestaan van het kaartspel. “Ze zochten een ouder die de verantwoordelijkheid voor deze Pokémon spelmiddagen wilden nemen. Dat deed ik op zaterdag en woensdag, maar de weekenden heb ik laten vallen. Op zaterdagen zijn er namelijk internationale wedstrijden waarvoor mijn vrouw en ik als scheidsrechters voor gesolliciteerd hebben.” Deze internationale wedstrijden brachten hem o.a. al naar Sao Paulo en Australië.

Het Spel

Uit de ca. 700 verschillende Pokémon en ondersteunende kaarten, stelt iedereen deck bestaand uit 60 kaarten samen. De Pokémon kaarten vormen het primaire team om mee aan te vallen of verdedigen, energiekaarten zijn noodzakelijk om je tegenstander aan te vallen. Trainer kaarten zijn een soort pestkaarten waarmee spelers bijvoorbeeld een extra verdedigende laag mee op kunnen bouwen.

De Leidse groep is de bron voor wat ze, naar eigen zeggen, inmiddels wereldwijd ‘Het Hollandse Model’ noemen. Dit houdt simpelweg in dat iedereen die mee doet een nieuw pakje kaarten krijgt. Hapé licht toe: “Zo heeft iedereen toch een beetje het gevoel een winnaar te zijn. We hebben een keer een toernooi gehad waarbij de eerste acht een speciale trofee-kaart kregen en we maar negen deelnemers hadden. Het mooie was dat in het pakje van het meisje wat laatste werd de meest zeldzame kaart van het hele spel zat. Zo was ze weliswaar negende, maar toch de grote winnaar die dag.”

Ook kinderen op het autisme spectrum of met ADHD hebben baat bij het spelen van Pokémon. Daarbij vertellen twee spelers hoe ze bij de Tafelridder terecht zijn gekomen:

Populariteit

Een piek aan interesse was volgends Wagner zo rond de eeuwwisseling, toen het spel net begonnen was. Toch is er nog steeds een groep fanatiekelingen die graag elke woensdag terug naar de tafelridder komt om Pokémon te spelen. Een voorbeeld hiervan is Jimmy. Moeder moet snel door om zijn oudere broer naar de hockey te brengen en de jonge Jim kan niet zomaar alleen op het toernooi achter blijven. Tranen met tuiten zijn het gevolg.

De uitdrukking ‘onverminderd populair’ is dus niet van toepassing, maar elk jaar zijn er weer nieuwe kinderen (en/of studenten) die de Pokémon Trading Card Game ontdekken. Op deze manier kan het kaartspel dus nog makkelijk een extra twintig jaar verder door.