De gebitten van tieners zijn flink achteruit gegaan. Dat blijkt uit een onderzoek van TNO (toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek) in opdracht van Zorginstituut Nederland.  Het onderzoek wordt elke 6 jaar uitgevoerd onder 5, 11, 17 en 23 jarigen. 

Anita Zeilstra, woordvoerder van De Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT), vindt de cijfers erg zorgelijk. De vijf jarigen doen het heel goed, maar de tieners zijn er flink op achteruit gegaan. Ouders hebben hier invloed op. “Als ouders zelf regelmatig naar de tandarts gaan, zien we ook dat ze vaker hun kinderen voor controle meenemen. Maar die twee keer per jaar is natuurlijk niet genoeg. Een tandarts kan boren en vullen als dat nodig is, maar de mond gezond hóuden, kan hij niet. Dat moet iedereen zelf doen. Dus vooral voor kinderen is het van belang dat hun ouders toezicht hebben en houden op het poetsgedrag van hun kinderen en de adviezen van de tandarts en de mondhygiënist daarvoor ter harte nemen.”

Tanden poetsen

De oplossing is dat de jongeren beter moeten poetsen, maar hoe goed weten ze nog hoe dat moet? “Jong geleerd, is oud gedaan. Helaas weten ook veel volwassenen niet goed hoe ze moeten poetsen. Rustig poetsen, twee keer per dag, is belangrijk. En dan het liefst met een elektrische tandenborstel, tand voor tand. Met niet te veel tandpasta, van links naar recht, eerst boven, dan onder en dan de binnenkant. Twee seconden per element, binnen maximaal twee minuten ben je klaar. Even ‘ratsjroetjs’ de borstel door je mond halen, zet geen zoden aan de dijk.’

Voorlichting

Voorlichting kan, volgens Zeilstra, nooit kwaad. Niet alleen over tandenpoetsen, maar ook over een andere, gezondere leefstijl. Als ouder kun je namelijk nog zo hameren op gezond eten en bewust tandenpoetsen, je kan nooit zeker weten wat je kind de hele dag doet. “Dus ook op school bijvoorbeeld kan hier meer aandacht voor worden gevraagd.”

Opvallend

Het rapport ‘Signalement Mondzorg’ laat zien dat kinderen met ouders met een laag opleidingsniveau en kinderen met een laag opleidingsniveau slechtere gebitten hebben. Zeilstra heeft hier een verklaring voor. “Hun vader en moeder gaan zelf ook minder vaak naar de tandarts, omdat ze doorgaans bang zijn voor de hoge kosten. Om geld te besparen, laten ze de controles maar schieten en dan laten ze de mond van hun kind ook niet nakijken. Dat is jammer, want de mondzorg voor kinderen tot achttien jaar wordt bijna volledig vergoed vanuit de basisverzekering. Met andere woorden, het kost ze niets! Mits ze een beugel nodig hebben, of er specialistische ingrepen moeten worden verricht. Maar hoe beter ze hun mond gezond houden, hoe kleiner die kans is bij kinderen.”

Ook kinderen met een migratieachtergrond vertonen binnen alle leeftijdsgroepen slechtere gebitten. Er wordt in hun gezin doorgaans minder aandacht aan de mondgezondheid besteed en er worden andere eetgewoonten op nagehouden, zoals het consumeren van meer suiker. En dat is, volgens Zeilstra, funest voor het gebit.

Tandheelkunde uit de basisverzekering

In 2006 is tandheelkunde uit de basisbeurs gehaald. Albert Feilzer, decaan van Acta, de gezamenlijke tandheelkundige opleiding van de UvA en de VU, pleit voor een terugkeer van mondzorg in het basispakket in de TROUW. Hij zegt een groot verschil te zien in de gebitten van zijn studenten in 2006 en nu. Mensen kunnen het niet betalen en gaan daarom niet naar de tandarts, kinderen lijden hier ook onder, want ze gaan niet meer naar de tandarts als hun ouders ook niet gaan. Volgens hem zou de tandheelkunde terugbrengen in de basisbeurs de oplossing zijn.

Anita Zeilstra legt uit hoe het komt dat de gebitten van tieners en jongvolwassenen slechter worden.