Verschillende Nederlandse steden willen op korte termijn een grote wielerronde organiseren. Allereerst gaf Rotterdam aan de Tour de France te willen organiseren en enkele dagen later werd ook duidelijk dat Utrecht, Den Bosch en Breda gezamenlijk een deel van de Vuelta, de grootste Spaanse wielerronde, gaan organiseren.

Rotterdam heeft zich gemeld bij de organisator van de tour (ASO) en heeft daarbij aangegeven een deel van de Franse wielerronde te willen organiseren in 2023, 2024 of 2025. De stad wil graag een tijdrit en de eerste etappe in Rotterdam laten plaatsvinden. Utrecht, Den Bosch en Breda zijn al aangewezen voor het organiseren van een deel van een grote ronde. De Ronde van Spanje zal in 2020 van start gaan in Utrecht. Vervolgens staat er nog een rit van Den Bosch naar Utrecht en een etappe met start en finish in Breda op het programma.

Verslaggever Mitch Marinus spreekt met Martijn Kamper. Martijn is sport economisch onderzoeker bij het Sport Economic Research Center van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Daar onderzoeken zij de waarde van sport – zowel de financiële waarde als de niet financiële waarde. Martijn vertelt over de voor- en nadelen van het organiseren van een wielerrevenement voor een stad.

“Nederland is een fietsland bij uitstek en deze steden zijn op zich enorm ‘wielerminded’. Daarnaast hebben beide steden al eerder grote wielerevenementen mogen hosten. Deze steden denken daarbij aan hun profilering en ook willen zij deze wielerrondes inzetten als middel om de stad te promoten en daarmee bij te dragen aan de lokale economie”, aldus Kamper.

Opbrengsten en kosten van het evenement
Rotterdam mocht eerder in 2010 de Grand Départ, oftewel de start van de Tour de France, organiseren. Met wielrenners over de Erasmusbrug leverde dat fraaie beelden op voor wielerfans. En ook de wielerronde die in 2015 in Utrecht van start ging, ging langs de havenstad. Dit laatste evenement leverde volgens de evaluatie in Utrecht 20.642.000 euro op vanuit bezoekers en ook in Rotterdam leverde dit 18.061.402 euro op. Daarnaast haalt de stad ook nog opbrengsten uit renners, begeleiders en de pers. Totaal waren de opbrengsten in Utrecht daardoor 22.282.000 euro en in Rotterdam 20.837.402 euro.

Naast opbrengsten heeft de gemeente ook te maken met kosten voor de evenementen. De Gemeente Utrecht gaf alleen aan het parcours al 3.921.000 euro uit. Met kosten voor organisatie, marketing en communicatie kwamen de kosten voor de Gemeente Utrecht uit op 11.734.000 euro. De gemeente hoefde dit bedrag niet in zijn geheel zelf op te hoesten, vanuit subsidie van de landelijke overheid en het bedrijfsleven werd er al zo’n 8 miljoen euro opgehaald.

Utrecht had van te voren een aantal doelstellingen opgesteld. De gemeente wilde het beste van de stad laten zien en op deze manier een impuls geven aan Utrecht als fietsstad. Daarnaast wilden zij de relatie versterken tussen het bedrijfsleven en de gemeente.

Voor- en nadelen
Naast de opbrengsten en kosten, moet de gemeente ook kijken naar niet-financiële gevolgen van een wielerevenement in de stad. Volgens Kamper zijn er verschillende voordelen voor de stad. “Voorbeelden hiervan zijn promotie van de stad en het trekken van bezoekers die bestedingen in de stad kunnen doen. Daarnaast biedt het kansen om de (wieler)sport in het algemeen te promoten.”

“Er zijn echter ook nadelen voor een stad. Het kost veel geld om het event naar de stad te krijgen en daarnaast zijn er ook kosten voor de inzet van de gemeente, maar ook kosten voor handhaving en politie inzet. Een groot evenement kan daarnaast ook juist zorgen voor verdringing van de bestaande omzet. Sommige toeristen blijven juist weg vanwege de drukte”, aldus Kamper.

“En tot slot zorgt het ook voor overlast. Het is wielerplezier voor de een, maar overlast voor de ander. Wegafzettingen, niet kunnen parkeren, hoge hotelprijzen, lawaai van helikopters, zijn voor anderen weer negatieve gevolgen.”

Meer mogelijke wielerevenementen in de toekomst
“Rotterdam en Utrecht zijn niet de enige steden die bezig zijn met het organiseren van wielerrondes. De provincies Drenthe en Groningen waren in de race voor het WK Wielrennen in 2020, echter gaat dit WK naar Zwitserland. Drenthe heeft echter alsnog de ambitie om in 2023 het WK Wielrennen te organiseren.

Ook Den Haag heeft onlangs de ambitie uitgesproken om in 2020 de Grand Départ van de Tour de France te organiseren. Den Haag gaat met Rotterdam in gesprek over de mogelijkheden. Kamper vindt dit een goede zaak: “Ik zou de verschillende steden en provincies adviseren met elkaar de ambities te overleggen, eventueel doormiddel van een meerjarige wielerkalender, zodat ze elkaar niet in de weg gaan zitten en elkaar verdringen.”