Nèt voor de zomervakantie werd het bekend gemaakt: er komt begin volgend jaar een nieuwe subsidieregeling voor sportverenigingen. Deze week gaan de beleidsmakers om de tafel zitten om plannen uit te werken en concrete afspraken te maken.

Allereerst is het belangrijk om te beseffen waarom er überhaupt verandering moest komen. De oude subsidieregeling stelde dat een vereniging die btw betaalt over haar leden, deze kon terugvragen. De Bridport and West Dorset Golf Club uit Engeland kampten echter met een probleem. Zij hadden namelijk belasting betaald over niet-leden van de vereniging die tegen zogenaamde ‘green fees’ (eenmalige toegangsprijs) betaalden om gebruik te maken van het golfcomplex. Omdat er veel mensen zijn die het leuk vinden om eens in de zo veel tijd te gaan golfen, brachten deze niet-leden bijna 20% van de inkomsten van de club binnen. Het ligt dus anders dan bij de meeste sportvereniging. De club probeerde deze btw terug te krijgen van de overheid, wat niet lukte, en heeft hierna een rechtszaak tegen deze aangespannen. Deze rechtszaak werd uiteindelijk gewonnen.

Ole Heil, woordvoerder van minister van Sport Bruno Bruins, vertelt: “Het Europese hof heeft naar aanleiding de zaak haar conclusies getrokken. Een van deze was dat er te veel dingen konden misgaan bij de toenmalige regeling. Uiteindelijk is de uitspraak gedaan dat er ook btw-vrijstelling moet gelden voor niet-leden.”

Nieuwe koers

De nieuwe Nederlandse wetgeving laat de btw echter volledig links liggen en gooit het over een andere boeg. Verenigingen zonder winstoogmerk hoeven geen btw meer af te dragen, maar kunnen dus ook niks meer terugvragen. Daarvoor in de plaats is er een nieuw plan bedacht met als basis een subsidiebudget van 240 miljoen euro. Verenigingen die minimaal 5000 euro investeren in hun accommodaties maken aanspraak op een terugstorting van 20% van de kosten die ze maken; hiervoor is 87 miljoen van het totale budget vrijgemaakt. De resterende 153 miljoen is een potje voor de Nederlandse gemeenten wanneer die in sportaccommodaties (bijvoorbeeld openbare voetbalveldjes) investeert.

Op deze manier probeert de overheid te stimuleren dat sportaccommodaties worden verbeterd, waardoor sport in Nederland zich sneller kan ontwikkelen. De verwachting is dat sportclubs dan ook massaal gebruik gaan maken van de regeling. De verenigingen moeten het natuurlijk wel zelf aangeven als ze recht op subsidie denken te hebben. Voor beide potjes geldt dan ook: op=op.

Voor kleine sportverenigingen zitten er wel wat haken en ogen aan deze regeling, zo laat CDA-raadslid Irene van der Vegte weten.

Duurzaamheid

Er komen ook nog wat andere maatregelen kijken bij deze regeling. Met het oog op het halen van de klimaatdoelstellingen wil de overheid volgens Heine ook meer verduurzaming zien. “Je kan bijvoorbeeld bij een verbouwing gewoon alles opknappen, maar waarom zou je dan niet de isolatie van het pand verbeteren? Daarnaast kunnen er zonnepanelen worden neergelegd op je dak. Energiebesparing is geldbesparing.”

De regeling bestaat al een aantal jaar en krijgt volgend jaar meer budget. Er wordt hier onderscheid gemaakt tussen stichtingen en verenigingen. Stichtingen kunnen 15% procent van hun investeringen terugeisen, en verenigingen 30%. Dit verschil is er omdat de Btw-plicht bij stichtingen niet wegvalt. Er ligt ook hier een bepaalde drempelwaarde; Er moet minimaal 3000 euro worden besteed voordat er aanspraak mag worden gemaakt op de subsidie. Hiernaast zal ook het toegankelijker maken van een sportaccommodatie worden beloond; denk bijvoorbeeld aan een rolstoelingang.

Expert op het gebied van sportsubsidies, Ben Moonen van sportsubsidie.nl, vertelt ons meer over de nieuwe regeling en laat zijn licht schijnen op de bevindingen van Johan Koutstaal van Stichting Servicepunt Verenigingen Nederlek.

Ongelijkheid

Omdat de zomervakantie na het bekendmaken van de nieuwe plannen inging, hebben deze een tijdje lopen verstoffen in lege vergaderruimtes, zo stelt Hugo van der Poel, directeur van het Mulier instituut. Zij verzamelen onder andere data over sportaccommodaties en zijn benaderd door de overheid om dit ook bij de nieuwe regeling te doen. “De komende tijd wordt er had gewerkt om duidelijke afspraken te maken, zodat elke vereniging de tijd heeft om zich goed voor te bereiden op de nieuwe regelingen. Het lijkt misschien kort dag, maar elke subsidie doorloopt dit proces.” Dit kan wel zo zijn, maar op dit moment is er gewoon niet de duidelijkheid over de plannen die je als vereniging zou willen hebben. Er is veel onduidelijkheid, zowel bij het ministerie als bij de andere betrokken partijen. Dit kan complicaties opleveren, zeker bij de wat kleinere verenigingen, die vaak niet zo veel tijd en mankracht hebben, waardoor ze achter komen te lopen op de clubs met meer kapitaal en kennis. Er mag opgepast worden dat er geen segregatie ontstaat.