Data-analyse en video-analyse zijn geen vieze woorden meer binnen de amateursporten. Voorheen werd gedacht dat deze methodes alleen werden gebruikt in de professionele takken van de sport, maar anno 2018 is niets minder waar. Zelfs clubs die onderin de voetbalpiramide zitten, maken gebruik van deze middelen en dat is een opvallende ontwikkeling. 

Maar het is geen slechte ontwikkeling als we het aan trainer Thomas Duivenvoorden vragen. Duivenvoorden is tegenwoordig assistent-trainer bij VV Katwijk. Een voetbalclub die uitkomt in de hoogste amateur voetbalcompetitie van Nederland: de Tweede Divisie. Bij de Katwijkers loopt de assistent stage om zijn hoogste trainerspapieren te halen. Daarbij komt dat hij in Katwijk het een en ander leert over nieuwe methodes in de voetballerij.

Plezier en gezelligheid
Voor zijn komst naar sportpark De Krom was Duivenvoorden werkzaam voor een club die veel lager speelde, namelijk DOSR. De club uit Roelofarendsveen stond altijd in het teken van plezier en gezelligheid, totdat de oefenmeester langskwam. Hij zorgde voor een impuls in de professionaliteit van de vereniging en dat zorgde ervoor dat er betere prestaties op het veld werden behaald. Laat dat nou net hetgeen zijn wat volgens de dertiger het belangrijkste is in de voetballerij.

“Uiteindelijk draait voetbal om het winnen van wedstrijden en daar draagt dit aan bij”

“Toen ik bij het bestuur vroeg of het mogelijk was om video-analyse te impliceren, kreeg ik wel wat gefronste wenkbrauwen”, zegt Duivenvoorden over de methode die toepaste bij zijn vorige werkgever. “Uiteindelijk gingen ze overstag, omdat we een waanzinnig goed eerste seizoen hadden gedraaid.”

Professionaliteit
Volgens de trainer was het gebruik van video-analyse er niet eentje die zonder slag of stoot ging. Naast het bestuur kwamen ook zijn spelers met de nodige opmerkingen hierover naar hem toe. “Ik denk dat het ook een stukje cultuur is. In de jeugd bij het hockey is werken met beeld iets heel gewoons. Het is cultuur geworden van die sport. In de voetballerij zijn wij vaak wat conservatief. Laat ik voorop stellen: als er zowel binnen het bestuur, als de spelersgroep, als de staf geen draagvlak hiervoor was geweest, dan hadden we het niet gedaan. Uiteindelijk bleek die er wel te zijn en zijn we ermee aan de slag gegaan.”

Tweedeklasser DOSR onderging zo een flinke injectie aan professionaliteit. De club, waar bier en frituur misschien wel belangrijker waren dan winnen, onderging een transformatie. “Je moet als trainer niet het idee hebben dat heb gebruiken van deze methodes een doel is.Het moet dienend zijn voor dat wat je wilt bereiken. Uiteindelijk draait voetbal om het winnen van wedstrijden en daar draagt dit aan bij. Het helpt mee in de ontwikkeling van spelers.”

Duivenvoorden, die bekend staat als een ambitieuze trainer, is op dit moment werkzaam bij Katwijk en daar leert hij met andere technische innovaties kennis maken. Namelijk het gebruiken van data. Door middel van een hesje kan de technische staf een aantal dingen meten bij de spelers. Zoals het aantal sprints, de afgelegde afstand en wat de intensiteit van deze loopacties waren.

,,Als de kennis niet aanwezig is om dit soort dingen op te pakken, dan moet je het niet doen”

Meten is weten
Luuk Binnendijk, die werkzaam is voor het bedrijf Johan Sports, ontwierp de hesjes en zag dat veel amateurclubs, die het konden betalen, er maar al te graag mee aan de slag wilden gaan. “Voor een trainer is het natuurlijk hartstikke interessant en goed om te weten wat de afstand is die zijn spelers na een training hebben afgelegd”, begint hij. “Daarnaast is dit een manier waarop hij kan meten of de trainingsintensiteit geschikt is voor alle spelers. Als een paar spelers een veel te hoge intensiteit in de trainingen moeten leggen, dan is dat niet goed. Omdat de trainer dat nu kan meten, heeft hij de mogelijkheden om zijn oefenstof aan te passen, zodat de spelers niet overbelast raken.”

Een mooie toevoeging. Maar gaan de trainers in het amateurvoetbal niet veel te ver? Moet sporten op dat niveau niet in het teken staan van plezier en gezelligheid? “Je moet eerst peilen of er animo voor is”, gaat Duivenvoorden verder. “Als de kennis niet aanwezig is om dit soort dingen op te pakken, dan moet je het niet doen. Als je spelers er niet op zitten te wachten, dan moet je er ook niet aan beginnen. We moeten alleen wel beseffen dat het echt iets kan toevoegen aan de ontwikkeling van de spelers. Het draait om winnen en dat is iets wat iedereen wilt.”