Aan het lijstje Nederlandse topverdieners kunnen steeds meer vrouwen toegevoegd worden. In 2010 bestond volgens het CBS de top van de loonlijst van organisaties met minimaal 500 werknemers voor 15 procent uit vrouwen. In 2017 was dat ruim 20 procent. Een stijgende lijn, die de komende jaren waarschijnlijk nog wel doorgetrokken wordt. Wat is er nu fundamenteel veranderd door de jaren heen?

Volgens Christel Cornelissen (54), Hoofd Bedrijfsbureau bij HEMA Bakkerijen, worden vrouwen serieuzer genomen.  “Toen ik in 1990 begon als leidinggevende bij bakkerij Haarlem had ik vooral mannen onder mijn hoede. Die verdeelden zich in twee kampen: de één vond het geweldig om een vrouw als leidinggevende te hebben, maar de ander moest er niks van weten en kon het niet verkroppen dat hij naar een vrouw moest luisteren.”

Nu is het veel gewoner geworden om een vrouwelijke leidinggevende te hebben. “Je ziet het niet alleen in de winkels, maar ook veel op het hoofdkantoor.”, aldus Cornelissen. “Het zijn vooral vrouwen die zijn doorgegroeid om uiteindelijk in hoge functies terecht te komen. Het gaat er veel meer om wie je bent, dan van welk geslacht je bent.”

De directie van de HEMA is jammer genoeg nog wel volledig mannelijk. “We hebben altijd wel één of twee vrouwen aan de top gehad, wat ik alsnog vrij weinig vind, maar omdat onze directie is gehalveerd staan er nu vier mannen an het roer”, aldus Cornelissen. En dat is juist erg jammer, omdat uit een onderzoek van de George Washington University in 2016 nou juist is gebleken dat gemengde teams voor 40% meer omzet zorgen. Belangrijk feit: Mensen vinden het leuker om in een homogeen team te werken; door een verhoogd sociaal contact gaat de productiviteit omlaag.

Hiervan uitgaande is er dus nog veel winst te behalen in sommige bedrijfstakken. Auto’s, de bankwereld en ICT zijn nog best wel ‘a men’s world’, hoewel ook dat langzaam aan het veranderen is. Sommigen pleiten voor een vrouwenquotum, een verplicht percentage werknemers dat vrouw moet zijn. Dit zou vrouwen een zetje in de rug moeten geven en gelijkheid op de werkvloer moeten bevorderen. Eva Klaver, secretaris van de Jongeren Organisatie Vrijheid en Democratie (JOVD) Utrecht, is het hier niet helemaal mee eens .”In sommige gevallen, bijvoorbeeld als het een tak is die gedomineerd wordt door mannen, zou je vrouwen kunnen voortrekken, zodat er wat nieuwe invloeden komen en de branche wat meer opengebroken wordt. Je zou tijdens zo’n sollicitatie dan een paar keer meer dan normaal moeten stilstaan bij het feit dat er een vrouw solliciteert, en of dat niet kansen biedt voor het bedrijf. Meer aandacht daarvoor dus.” Klaver vervolgt: “Quota daar ben ik echter niet zo voor. Dat vind ik overdreven; in de meeste branches gaat het de goede kant op, daar is geen quotum voor nodig.”

Belangrijk is in ieder geval dat de trend wordt doorgezet; dat vrouwen steeds serieuzer kunnen worden genomen in alle bestaande bedrijfstakken en om op die manier in ieder geval een werksfeer te creëren waarbij elke werknemer in principe op gelijke voet staat. Hiervoor zijn niet alleen heterogene werkgroepen nodig; het management zal ook goed moeten inschatten hoe de groep zich ontwikkelt. Hiervoor is een groot psychologisch inschattingsvermogen nodig. Misschien is dat een deel van de oplossing voor een goede heterogene samenstelling: een leidinggevende die wat meer in Human Resources is geschoold. Op deze manier kunnen zowel vrouwen als mannen beter worden voorzien in hun behoeftes op de werkvloer en draagt het bij aan een beter begrip van elkaar.