Op jonge leeftijd een overstap maken naar een topclub in het buitenland, het gebeurt vaak. Maandagavond maakte Javairo Dilrosun zijn debuut in het Nederlands elftal. Op 16 jarige leeftijd verruilde Javairo Dilrosun het Ajax onder 17 team voor Manchester City onder 18. De club uit Engeland betaalde toentertijd 300.000 euro voor hem. Na vier jaar in verschillende jeugdteams van Manchester City te hebben gespeeld maakte Dilrosun de overstap naar het eerste elftal van Hertha BSC.

Javairo Dilrosun is één van de vele voetballers die op jonge leeftijd naar een Europese topclub verkaste om daar zijn geluk te beproeven. Sommige jonge voetballers zijn via deze weg doorgebroken in het buitenland, zoals Nathan Aké die op 16 jarige leeftijd naar Chelsea verkaste, Jeffrey Bruma die ook op zijn 16de naar Chelsea ging en Patrick van Aanholt die op 15 jarige leeftijd naar Chelsea ging. Andere lukte het niet om in het buitenland door te breken. Enkele voorbeelden hiervan zijn Ouasim Bouy die op 19 jarige leeftijd van Ajax naar de jeugd van Juventus ging, Nacer Barazite die op 16 jarige leeftijd NEC verliet voor een avontuur bij Arsenal en Vincent van den Berg die op zijn 17de ook naar Londen verhuisde om bij Arsenal te spelen. Allen slaagden er niet in om ooit door te breken en belandde uiteindelijk bij een club op een veel lager niveau.

Menno Kostelijk, jeugdscout van PSV, pleit ervoor om spelers langer in Nederland te houden, al zijn deze transfers op jonge leeftijd niet geheel onlogisch. “Het heeft vaak twee belangrijke redenen die meespelen voor zulke jongens. Een sportieve en een financiële reden. In het buitenland hebben voetbalclubs vaak faciliteiten die we in Nederland niet hebben en elke voetballer wilt een zo groot mogelijke carrière, dus als een jonge voetballer naar het buitenland kan zal hij dat vaak willen doen. Daarnaast hebben clubs in het buitenland vaak meer te bieden, zoals een hoger salaris of een baantje voor de ouders.”

Topclubs zijn erg geïnteresseerd in jonge talenten. Volgens Menno Kostelijk kopen Europese topclubs elk jaar veel talenten in. “Slecht enkele van deze talenten hoeven door te breken om winst te maken, het is gewoon een handelshuis geworden.” Een goed voorbeeld hiervan is voetbalclub Manchester City. De club kocht vorig jaar voor circa 22 miljoen euro zeven talenten voor de jeugdteams en verkocht voor zo’n 42 miljoen euro twee spelers uit eigen jeugdopleiding. Het inkopen en verkopen van talenten is dus een zeer winstgevende business voor grote voetbalclubs.

Zaakwaarnemers spelen een belangrijke rol in het transferproces van de jonge talenten. Zaakwaarnemers behartigen de belangen van voetballers en regelen de zakelijke kant van een voetballer. Praten met de clubs over een nieuw contract en over eventuele transfers. De zakelijke vertegenwoordigers van de voetballers hebben vooral een belang bij een hoge transfervergoeding voor de speler. Als een speler wordt gekocht door een andere club, krijgt een zaakwaarnemer vaak een commissie, een bepaald percentage van het transferbedrag. Een voorbeeld is de transfer van topvoetballer Paul Pogba. Hij werd twee jaar geleden voor 110 miljoen euro door voetbalclub Manchester United gekocht. De zaakwaarnemer die over belangen van Pogba ging, Mino Raiola, had naar verluid een percentage van 25% afgedwongen en kon daardoor 27 miljoen euro in zijn eigen zak steken. Veel voetbalclubs vrezen voor dit soort spelersmakelaars, omdat ze jonge talenten vaak weglokken bij hun voetbalclub. Ze zorgen er voor dat de jonge voetballers voor een hoog salaris en een hoog bedrag, waaraan ze zelf geld verdienen, naar een topclub willen en kunnen gaan.

De FIFA, de wereld voetbalbond, heeft bepaalde regels opgesteld om het handelen tussen jonge spelers tegen te gaan. De regels laten buitenlandse transfers van spelers onder de 18 jaar niet toe, maar de regelgeving van de EU bepaalt dat iedereen in de EU na zijn 16de vrij is om naar een ander land te gaan om daar te werken. Binnen de EU zijn transfers boven de 16 jaar dus legaal. Voor transfer van spelers onder de 16 gelden andere voorwaarde. Deze zijn illegaal tenzij de ouders gaan verhuizen vanwege niet voetbalgerelateerde redenen of als de speler binnen 50 km van de grens woont en de club waar hij wil spelen niet verder dan 50 km van de grens is gevestigd. Vooral van die eerste voorwaarde maken grote voetbalclubs wel eens misbruik. Een voorbeeld hiervan is FC Barcelona. De club haalde in 2013 de Nederlandse Fodé Fofana, op dat moment 11 jaar en in 2011 de Nederlandse Bobby Adekanye, op dat moment 12 jaar, binnen. Voor de transfer van Adekanye is de club uit Spanje later gestraft vanwege het schenden van de leeftijdswet.

Een glansrijke carrière in het buitenland, wie wilt dat nou niet. Veel jonge voetballers denken hier hetzelfde over en maken zo snel mogelijk een gedroomde transfer naar het buitenland. Menno Kostelijk, jeugdscout van PSV en oprichter van scouting bedrijf Number12, vertelt over deze trend onder talenten.