Het is een understatement als we zeggen dat homo-acceptatie in de voetballerij de laatste weken een ‘hot item’ is. Tijdens het veelbekeken en ‘meningrijke’ programma Veronica Inside deed Johan Derksen er nog maar eens een schepje bovenop door te zeggen dat homo’s die in de voetballerij er openlijk voor uit komen dat zij homo zijn geen leven meer hebben. Hoe zien homo’s zelf en de KNVB dat? 

Laten we beginnen bij de eerstgenoemde en de belangrijkste partij: de homo’s zelf. Thijs de Groot is zelf homoseksueel en speelt in een vriendenteam op een recreatief niveau. Een aantal jaar geleden besloot hij om aan zijn teamgenoten te vertellen dat hij op mannen viel en dat leverde hem veel reacties op.

“Mijn teamgenoten waren eigenlijk vrij positief”, begint De Groot. “Een paar zeiden dat ze het wel aanzagen komen. Dat vond ik eigenlijk wel grappig om te horen. In zo’n team speel je vooral met je vrienden, dus ik kreeg vooral veel steun. Eigenlijk lachen wij er meer om dan dat het een probleem is. Vooral na de wedstrijden en trainingen als we gaan douchen. Ik kan dat wel hebben en zie er de humor wel van in. Gelukkig gaat het op deze manier, want er zullen ook homo’s zijn die er niet voor uit durven te komen, omdat er negatieve reacties komen. Bij mij is dat niet het geval.”

Lars Mulder van de KNVB laat zich ook uit over de kwestie. Hij vindt dat de bond een leidende rol moet nemen en geeft aan in welk opzicht zij dat doen. “Homoacceptatie is een van de speerpunten van onze bredere aanpak op het gebied van diversiteit”, zegt Mulder over het beleid van de KNVB.  “Voetbal is van en voor iedereen. Iedereen moet zich welkom voelen in het voetbal ongeacht afkomst, huidskleur, religie, geslacht of seksuele voorkeur. De KNVB vindt dat elke homoseksuele man of vrouw zich welkom moet voelen in het voetbal, in welke rol dan ook. Het is aan de persoon zelf om de keuze te maken om wel of niet publiekelijk uit te komen voor zijn of haar seksuele voorkeur. De KNVB kan daarbij indien gewenst een ondersteunende rol vervullen. Wij gaan niet in op vragen over de seksuele voorkeur van individuele personen.”