Het precariaat: veel onzekerheid, weinig keuze

Het precariaat: veel onzekerheid, weinig keuze

Wat hebben een zzp’er, een fabrieksarbeider en een pas afgestudeerde tudent met elkaar gemeen? Dit klinkt misschien als een slechte grap, maar er is zeker een connectie tussen deze groepen. Zij hebben allemaal op dit moment te maken met (sociale) onzekerheden.


In de media
Van pas afgestudeerden hoor je vaak dat zij moeite hebben met het vinden van een baan binnen hun vakgebied. Zo heeft uitkeringsinstantie UWV pas geleden een onderzoek gedaan naar de Top 15 beroepen met de minste vraag naar werknemers, om een beeld te creëren van deze situatie.

De fabrieksarbeiders in Nederland dreigen hun banen te verliezen door globalisering dreigde vrachtwagen fabrikant Scania in oktober om zijn fabriek uit Zwolle te gaan verplaatsen naar Frankrijk. Dit omdat het personeel volgens hen te veel aan het staken was voor een betere cao. Hierdoor zouden 2.400 mensen hun baan verliezen.  Door onder andere gesprekken met de gemeente besloot Scania de fabriek in Zwolle te houden.

De zzp’ers hebben niet alle zekerheden die het hebben van een vaste baan wel heeft. Zo moeten zzp’ers zelf hun pensioen opbouwen en zichzelf verzekeren voor arbeidsongeschiktheid. Ook bestaat er een kans dat zij in een periode minder opdrachtgevers hebben, waardoor zij minder inkomsten hebben.

Deze onzekerheden maakt het volgens onderzoeker en Britse professor Guy Standing dat ze allemaal tot dezelfde groep behoren: het precariaat.

Betekenis precariaat
Het begrip precariaat is een samenstelling van twee woorden: precair en proletariaat. Precair is een woord dat wij hebben overgenomen van de Fransen en betekent in het geval van het precariaat, onzeker of instabiel.

Het proletariaat is het woord dat gebruikt werd om de groep van de fabrieksarbeiders tijdens de industrialisatie in de 19e en 20e eeuw te benoemen. Deze groep mensen leefde in slechte omstandigheden. Zij moesten én lange dagen werken voor weinig loon én hadden bijna geen rechten.

In de 19e eeuw was er nog geen algemeen kiesrecht maar een censuskiesrecht. Bij een censuskiesrecht mochten alleen mannen van boven de 23 jaar die bepaalde belastingen betaalden, stemmen. Hierdoor vielen de arbeiders buiten de boot. De politiek ondernam weinig actie om de arbeiders te helpen. Wel werd er in 1874 het Kinderwetje van Van Houten aangenomen die fabrieksbazen verbood om kinderen in de fabrieken te laten werken en aan te nemen. Deze wet wordt gezien als de eerste sociale wet van Nederland.

Er kwam verbetering voor de arbeiders door de opkomst van de socialistische partij de Sociaal Democratische Bond in 1887, die een algemeen kiesrecht voor de verkiezingen wilden invoeren. Daar slaagde de SDB uiteindelijk in, in 1917 kregen de mannen algemeen kiesrecht en de vrouwen in 1919. Dit zorgde ervoor dat de socialistische partijen meer macht kregen en er meer sociale wetten konden worden aangenomen om werk en leefomstandigheden van de arbeiders te verbeteren.

Het precariaat
De woorden precair en proletariaat vormden het nieuwe begrip ‘’precariaat’’ dat Guy Standing gebruikt om de nieuwe instabiele arbeidersklasse in de moderne samenleving te omschrijven. Guy Standing is een hoogleraar ontwikkelingseconomie aan de universiteit in Londen. Hij omschreef het precariaat in 2011 in zijn boek ‘’The Precariat The New Dangerous Class’’ als de nieuwe instabiele arbeiders klasse.

Volgens Standing heeft het precariaat het proletariaat in zijn geheel vervangen en bestaat nu uit drie groepen:

De activisten
De eerste groep zijn mensen uit de traditionele arbeidersmilieus die hun banen zijn kwijtgeraakt door globalisering. Deze mensen verlangen terug naar hoe het vroeger was. Politici doen loze beloftes voor bijvoorbeeld werk. Standing noemt deze groep de “activisten”. Deze groep is vaak laagopgeleid en is volgens Standing vatbaar voor extreem populistische opvattingen. Populistische politici spelen in op angsten van de activisten. De politici leggen de schuld van de problemen van de activisten bij de tweede groep binnen het precariaat.

Voor Jooltje Meijer zijn er weinig partijen waar ze vertrouwen in heeft. Ze stemt op de PVV omdat ze vindt dat het steeds slechter gaat met Nederland, daarom is volgens haar de partij hard nodig. ”Politie, Justitie, onderwijs, op alle gebieden rijzen de kosten de pan uit. Mensen worden uitgemolken. Zo kan het niet langer”. In deze mini-docu deelt Jooltje Meijer haar ervaring met actief zijn voor de PVV.

De weemoedigen
De tweede groep binnen het precariaat zijn de minderheden in onze samenleving. Migranten, gehandicapten en nieuwkomers op de arbeidsmarkt vormen volgens Standing de grootste groep binnen het precariaat. Deze groep noemt Standing de “weemoedigen”. Zij behoren nergens echt thuis en hebben geen zekerheid. De overheid negeert deze groep en volgens Standing doet deze groep er goed aan om zoveel mogelijk onder de radar te blijven. Als er iets in deze groep voorvalt gebruiken de populistische politici dat namelijk om op in te spelen.

De progressieven
De derde en laatste groep zijn de hoogopgeleide “progressieven”. Volgens Standing studeren deze mensen voor een mooie toekomst. Doordat zij met een studie een lot uit de loterij kopen is die kans heel erg klein. Deze mensen zijn boos op onze samenleving, maar willen niet terug naar het oude arbeidsmilieu zoals de activisten. Ze hebben een grote hekel aan populistische politici en willen een nieuw Utopia creëren. Dit hopen zij te bereiken door een heropleving van de waarden uit de verlichting “vrijheid, gelijkheid en broederschap”.

Mensen die bij het precariaat horen hebben dus vaak een onzekere positie op de arbeidsmarkt, laagbetaald werk en hebben vaak een klein netwerk, waardoor zij veel moeite hebben om zich om te scholen of hogerop te komen.

Building Better People is een organisatie die een luisterend oor biedt voor werkloze jongeren en hen helpt met cursussen en sportlessen om jongeren klaar te stomen voor de arbeidsmarkt. Want wat doet het met je als je al drie jaar op zoek bent naar een baan, net vader bent geworden en voorlopig nog geen idee hebt van wat de toekomst in petto heeft?

Verslaggeefster Valérie Hilgersom gaat daarom in gesprek met Mitchell (26) en zijn coach Dennis van Toorn:

Het precariaat en de politiek
Volgens een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) behoorde ongeveer 15 procent van onze bevolking in 2014 tot het precariaat. Dat is een grote groep mensen die met deze onzekerheden te maken heeft, maar wat doet de politiek eigenlijk om het precariaat te helpen? “Vrij weinig” zegt SP kamerlid Jasper van Dijk. “De term precariaat wordt in de coalitie totaal genegeerd.” De SP is dan ook de enige oppositie partij die een actief standpunt over het precariaat inneemt.

De media vindt ook dat de politiek moet ingrijpen om het precariaat te helpen. Zo schreef de Volkskrant dat de overheid zzp’ers met schulden in de kou laten staan en uitten verschillende media als De Groene Amsterdammer en De Correspondent vaak hun onbehagen uit over de politieke aanpak van het precariaat.

Maar wat kan er gedaan worden om de mensen in het precariaat meer zekerheid te geven? Een optie is om een basisinkomen in te voeren in Nederland. Dit is een inkomen dat de burgers maandelijks (deels) van de overheid krijgen. Een andere optie is om het minimumloon te verhogen. Dit omdat het minimumloon op dit moment volgens Van Dijk te laag is om van rond te komen.

Wat er gaat gebeuren om het precariaat te helpen in ons land is nog onduidelijk, maar vooralsnog zit het precariaat vast in de onzekerheid met weinig keuzes om uit deze onzekerheid te komen.