De Dutch Design Week is weer begonnen. Negen dagen lang is Eindhoven het designmekka van Nederland. Over de hele wereld komen mensen naar de Brabantse stad om de DDW mee te maken. En dat is te zien. Op iedere locatie loopt het over van de mensen. Maar hoe verplaatsen deze mensen zich van de ene locatie naar de andere? Boudewijn van Agt is een van de vrijwillige taxichauffeurs die de mensen rondrijdt in een elektrische Renault ZOE met een kunstwerk op het dak.

Ondanks zijn desinteresse voor kunst rijdt Boudewijn alle negen dagen van de Dutch Design Week de mensen rond door Eindhoven. “Het allerleukste vind ik dat iedereen die in mijn taxi komt een verhaal met zich meebrengt. Vooral de mensen die niet uit Nederland komen hebben vaak een leuk verhaal te vertellen. Zo kwam er bijvoorbeeld laatst een gezinnetje bij mij in de auto dat bestond uit een vader, een moeder en twee dochters. Het was een jong gezin dus de kinderen zullen denk ik rond de 8 en 10 jaar zijn geweest. Ze spraken onderling Engels met elkaar, maar je kon horen dat het geen Engelse waren. Ik ving op dat de vrouw haar man aansprak met een Spaanse naam. Dus ik zei: ‘Mag ik even nieuwsgierig zijn? De naam van uw man is meer een Spaanse naam.’ Toen zei ze ja dat klopt, hoe weet u dat? Dus ik zeg in mijn beste Spaans: ‘Hablo un poco de español’. Nou toen vertelde de man dus dat hij inderdaad Spaans was. Toen zei die vrouw, maar ik ben Bulgaarse. Dat spreek ik niet helaas. Maar goed, wat bleek, het hele gezin woont in Maastricht. Vader werkt in België, kinderen gaan naar een internationale school. Thuis spraken zei dus vier talen, namelijk Duits, Spaans, Bulgaars en Engels. Dat vind ik dan een heel mooi en boeiend verhaal.”

“Met kunst heb ik niks hoor. Ik zou niet eens weten wat er bovenop mijn auto staat. Ik weet toevallig dat er ergens DDW staat en gelukkig weet ik wat dat betekent, maar meer weet ik niet. Zelf heb ik ook nog nooit de Dutch Design Week bezocht. Het interesseert me niet. Dus ik kan de mensen niet aanraden waar ze absoluut heen moeten gaan. Wat ik wel kan ik zeggen is bij welke locatie het, het drukst is. Bijvoorbeeld bij Strijp-S, daar zijn heel de dag door zo veel mensen. Daar zal het dan vast ook wel leuk zijn.”

Boudewijn woont in Waalre, een klein dorpje naast Eindhoven en is gepensioneerd. Voordat hij met pensioen ging werkte Boudewijn in de auto-industrie. Ook nu hij met pensioen is, is deze liefde voor auto’s niet verdwenen. Hij rijdt alle negen dagen in de DDW-taxi de mensen rond. Dat betekent om 10:00 beginnen en om 18:00 weer naar huis.

“Ik zou taxiwerk een leuke hobby willen noemen. In mijn dorp rijd ik ook vrijwillig in de buurtbus. En dit taxiwerk voor de Dutch Design Week doe ik nu ook al drie jaar op rij. Ik hou gewoon heel erg van rijden en de gezelligheid die het met zich meebrengt. Er valt altijd wel wat te kletsen met de passagiers die ik moet vervoeren. Thuis op de bank zitten is niks voor mij. Ik ben graag bezig, anders gaan de dagen zo sloom voorbij.”

Dat het voor Boudewijn niet om het design gaat is wel duidelijk. Het model van de auto waar hij nu in rijdt, vindt hij ook niet veel aan. “Hij rijdt echt fantastisch, maar de look is een beetje gewoontjes. De jaren hiervoor reden we de mensen rond in Volvo’s. Dat model spreekt mij veel meer aan. Alleen heeft Volvo geen auto’s die volledig elektrisch rijden. En dat wilden de organisatoren graag. Dus toen zijn ze overgestapt naar Renaults. Maar ik mag nu ruim een week lang in een nieuwe elektrische auto rijden, dus mij hoor je niet klagen. Helaas zijn ze voor mijn portemonnee te duur. Als ze nou een elektrische Saab zouden maken, ga ik daar wel voor sparen. Ik denk alleen niet dat ik die dag nog mee ga maken, aangezien Saab niet meer gemaakt wordt. Voor nu moet ik het doen met mijn eigen Saab op benzine.”  Boudewijn is niet de enige vrijwilliger die dit werk graag doet. In bijna iedere DDW-taxi zit een gepensioneerde man achter het stuur die dit werk vrijwillig doet. Dankzij deze vrijwilligers kunnen alle bezoekers van de Dutch Design Week zich verplaatsen van plek naar plek. Of de passagiers nou Chinezen zijn of Russen, met handen en voeten proberen zij een praatje met ze te maken. En zo ontdek je dat iedereen een ander verhaal heeft. Dat verhaal hoort Boudewijn aan, tot ze bij de volgende halte zijn gekomen. Dan stapt er weer een ander stel in zijn auto. Wat zou de Dutch Design Week toch zijn zonder toppers als Boudewijn.