‘Ik wilde hetero lijken, zoals ieder ander’

Jarenlang woonde ik in ‘t oosten van het land. Daar ben ik geboren en getogen in één van ‘s Neerlands mooiste streken: Twente. Maar ik was niet zoals iedere Tukker. Ik had een groot geheim, iets dat ik zelfs voor mijn directe omgeving verborgen hield.

Sinds mijn dertiende wist ik namelijk dat ik homoseksueel was.

Grijze massa

Ik herinner me niet dat ik dit ooit erg heb gevonden. Van jongs af aan werd bij ons thuis namelijk verteld dat het niet uit zou maken wie je mee naar huis neemt. Dat mijn ouders al een vermoeden hadden sinds ik de Barbies van mijn zus op vierjarige leeftijd afpakte, in plaats van dat ik naar m’n speelgoedauto’s omkeek, hoorde ik later pas. Meeblèren op K3-muziek en hele nummers optreden voor mijn lievelingstante was vaste prik. Toen ik er in de puberteit achterkwam dat ik anders was dan mijn vrienden, negeerde ik het eerst. Ik wilde normaal zijn. Ik wilde tussen de grijze massa van mijn school, dat veelal bestond uit plattelandsleerlingen, horen. Kleding van Adidas dragen omdat dit geaccepteerd werd en andere jongens het ook droegen. Over meiden praten – en zelfs met eentje tongen in een Spaans uitgaansgebied tijdens een uitwisseling – om maar hetero te lijken, zoals ieder ander.

Dronkemansnacht

Rond mijn zestiende wist ik dat het niet lang meer zou duren tot ik mijn geheim zou vertellen. Het was nieuwjaarsdag toen ik het voor de eerste keer hardop zei. Ik was in de war (had waarschijnlijk nog alcohol in mijn systeem van de nacht ervoor) maar was ook klaar met doen alsof. De “Dat wist ik toch allang, jongen” kreeg ik goddank te horen van m’n moeder, maar in dat nieuwe jaar bleef ik desondanks stil. Stil omdat ik nog verward was. Had ik nou écht mijn geheim gedeeld? Een jaar daarna kwam ik uit de kast bij mijn vrienden en overige familie. Ik werd geaccepteerd en wist dat ik gezegend mocht zijn met zo’n warme omgeving. Dat was ook rond de tijd dat ik verhuisde. Dat gebeurde twee jaar geleden, toen ik naar Utrecht vertrok voor mijn studie Journalistiek. Het voelde als een nieuwe tijd in mijn leven. Een vrij, vers begin met onbekende mensen die al gauw goede vrienden werden. Die Adidas-kledij gingen naar de donkerste krochten van mijn kledingkast. Ze maakten plaats voor de kleren waar ik altijd in heb willen lopen. En niet alleen dat: ik werd vrolijker en was opgelucht. Hier durfde ik mezelf te zijn, dat was het belangrijkste. Het was immers de Randstad, toch?

Bitter bekrompen

Toen ik bij mijn nieuwe vrienden uit de kast kwam boeide het ze weinig en begonnen ze daarna weer over de gortdroge stof die we moesten leren voor een tentamen. En dat terwijl bekenden uit Almelo een week lang in rep en roer waren omdat ik homoseksueel bleek te zijn. Ik merkte een enorm verschil tussen de Randstad en mijn geboortestreek in denkwijze en merk dat nog altijd. Maar hoe is het om openlijk homoseksueel te zijn in Twente? In een ons-kent-ons regio, met weinig homobars en überhaupt weinig openlijke homo’s? Ik zoek dat uit en ga terug naar waar ik vandaan kom. Het nuchtere, mooie en soms bitter bekrompen oosten.

‘Ik voel me hier meer geaccepteerd’

Om goed te weten te komen hoe het voelt om nog altijd in Twente te wonen terwijl je anders bent dan de rest, spreek ik met twee jongens af. Waarom alleen jongens? Omdat ik ook zelf een homoseksuele jongen ben én uit Twente kom.

Eerst spreek ik af met doktersassistent Hendry Savas (27) in Enschede. Via via hoorde ik dat-ie openlijk homoseksueel is en in Twente woont. Ik ben benieuwd: hoe is het om openlijk homoseksueel te zijn in een gebied dat ik vaak genoeg als bekrompen ervoer? Met zijn bruine ogen en gitzwarte haar valt Hendry meteen op als hij aan komt lopen. We zitten op een verwarmd terras in Enschede, bestellen koffie en beginnen te praten. Hendry vertelt dat hij pas laat uit de kast kwam, maar dat die verloren tijd maar al te goed ingehaald werd.

Hevig getongd

“Vroeger ben ik nooit echt met mijn seksualiteit bezig geweest. Ik wist een lange tijd niet eens of ik op mannen of op vrouwen viel. Klasgenoten scholden me wel uit voor homo, maar ik wist niet wat ik daarmee moest. In m’n puberteit viel ik 35 kilo af en kon ik voor mijn gevoel eindelijk eens experimenteren om te kijken wat ik leuk vond. Toen die kilo’s er nog aan kleefden, was ik namelijk te onzeker om iets te proberen. Op m’n negentiende had ik een vriendinnetje, waar ik toen ook mijn eerste zoen mee deelde. Maar na vier maanden kwam ik erachter dat vrouwen toch niet helemaal mijn ding waren. Het jaar erop verhuisde ik naar Groningen voor mijn studie en zag ik op het nieuws iets over de homodatingapp Grindr. Die heb ik gedownload, waarna ik heel snel daarna met een of andere kerel afsprak. Midden op straat heb ik hevig getongd met die man. Toen werd het me maar al te duidelijk dat ik homoseksueel was.”

Een beetje homo

“Vroeger was ik extreem verlegen en teruggetrokken. Ik kreeg geen rare reacties op school omdat ik niet opviel. Naar mijn idee valt het wel mee hoe negatief Twentenaren zijn tegenover homoseksualiteit, omdat ik zoiets zelf niet heb meegemaakt. Maar het ligt er wel echt aan in welke groepen je je begeeft. Als je in een klein dorp als Mariaparochie opgroeit en daar je vrienden en familie hebt, kan het allemaal heel anders uitpakken dan als je in een stad als Enschede woont.” Hendry vertelt hier een enorme kern van waarheid. Zelf heb ik ook het geluk gehad met een liefdevolle familie en goede vrienden. Ik werd geaccepteerd. Maar als je opgroeit in een andere familie, of op een andere plek, kan het helaas zijn dat een coming out minder gerespecteerd wordt. En die verhalen zijn er ook. “Hier is de acceptatie groter en is er ieder jaar een groot homofeest in de stad. Op mijn 22ste ben ik pas uit de kast gekomen. Mijn moeder, een geboren en getogen Enschedeër, vond ‘t prima. Ze vroeg daarvoor al vaker of ik op mannen viel, maar iedere keer reageerde ik beledigd. “Ik denk dat ik een beetje homo ben”, vertelde ik uiteindelijk. Met dat “beetje” hoopte ik de pijn te verzachten, maar ze vond het helemaal niet erg. Ze moest wel huilen, maar meer omdat ze het vooral lastig voor mij vond dat ik het zo laat pas vertelde. Ik vond het zelf niet zo erg: dat dubbelleventje was best spannend. Mijn vader heb ik het nooit kunnen vertellen. Hij overleed acht jaar geleden, dus hij heeft dit alles niet meegekregen. Dat is misschien maar goed ook. Toen ik het mijn moeder vertelde zei ze namelijk ook dat hij niet bepaald open minded was op het gebied van homoseksualiteit. Uiteindelijk heb ik het ook aan vrienden en familie verteld. Als je uit de kast bent gekomen, gaat ‘t hier in de omgeving écht rond. Vage kennissen, verre familieleden of vroegere vrienden hebben er altijd een mening over. Maar dat boeide me niet.” Ook bij mij wist de hele stad het binnen een dag. Het is groot nieuws als iemand anders blijkt te zijn dan de rest. Dat krijg je in een ons-kent-ons regio.

Verlegen

“Er zijn altijd mensen die het er niet mee eens zijn, maar ja: die zijn er overal. Je ziet ook nu, terwijl we hier zitten, dat die vrouw met haar roze muts naar ons kijkt en zich waarschijnlijk afvraagt of we een stel zijn. Dan kijk ik gewoon terug. Ik heb wel meegedaan aan het populaire programma First Dates trouwens, waardoor heel veel mensen weten dat ik homoseksueel ben. Maar ik word niet per se herkend. Hoe het was om deel te nemen aan dat programma? Nou, overal stonden camera’s en daarom was ik bloednerveus. Mijn date was trouwens ook totaal niet mijn type. Na de uitzending kreeg ik ook veel reacties van vooral oudere mannen, die weleens met me wilden afspreken. Die heb ik maar afgewezen. Afgelopen vrijdag heb ik trouwens een date gehad met een jongen en morgen heb ik alweer de tweede date met hem. We hebben veel contact. Hij komt uit Amsterdam en woont daar ook nog. Het is een onwijs leuke vent. Maar hij woont wel ver weg.”

Homobar

“Ik moét ook wel ergens anders een vriend zoeken. Er is hier namelijk niet echt een leuke homobar. Er is wel een klein kroegje, genaamd Stonewall, maar daar ben ik nooit geweest. Volgens mij zijn het allemaal oude nichten die je aan zitten te gapen. Eerder ging ik wel vaak naar de homotent ‘t Bölke. Maar daar zijn nu andere feesten waar ze de zaak mee draaiende kunnen houden. Een echte homobar vind ik het daarom niet meer. Toen ik in Amsterdam woonde, omdat me dat tof leek en ik er werk kreeg, ging ik wel heel veel naar homobars in de Reguliersdwarsstraat. Daar was een tent genaamd SoHo, waar ik de tijd van m’n leven heb gehad. Ik woonde toen negen maanden in Amsterdam omdat het me leuk leek. Maar na een aantal maanden twijfelde ik of ik daar wel op m’n plek zat. Ik overwoog namelijk vooral te verhuizen om mijn seksualiteit. Ik zag heel veel homo’s hier uit de buurt naar de Randstad vertrekken. Er zit een soort stigma op dat je naar Amsterdam moét als je homo bent, maar dat hoeft niet. Het is kuddegedrag. Al mijn vrienden zaten nog in ‘t oosten en ik miste deze omgeving. In die grote stad ben je op jezelf aangewezen. Dit is een ons-kent-ons streek, wat ik toch leuker vind. Maar aan de andere kant is de sociale controle hier ook groter dan in Amsterdam. Iedereen kent elkaar. Dat kan soms positief, maar soms ook negatief uitpakken. Ik voel me hier wel meer geaccepteerd dan in de Randstad. Daar wonen veel meer mensen en daarom ook meer mensen met meningen. Ik woon nu weer bij m’n moeder thuis en heb een fulltime baan in Almelo. Dus terugkeren naar de Randstad? Dat denk ik niet. Hier is het ook fijn hoor, in Twente.”

‘Ik was bang voor het geroddel’

De Almelose Ruben Kerkhof (20) ken ik al vanaf mijn pubertijd. Hij had verkering met één van mijn beste vriendinnen en kwam pas later uit de kast. Hij vertelt zijn verhaal over biseksueel zijn in Twente, de ontdekkingsfase die hij daarna beleefde en hoe hij nu terugkijkt op die spannende periode.

“Op mijn twaalfde wist ik al dat ik jongens ook leuk vond. In de eerste klas had ik een relatie met een meisje die we allebei kennen. De tweede keer dat we weer bij elkaar kwamen was twee jaar geleden. Toen was ik er al zeker van dat ik ook op mannen viel. Ik woonde destijds in Zwolle voor mijn carrière als volleyballer. Het was daar makkelijk om ook jongens te ontmoeten. Ik kon er doen en laten wat ik wilde: dat hielp me om later makkelijker uit de kast te komen. Niemand hield me in de gaten. Ik had twee gescheiden levens. Het voelde gek om te vertellen dat ik ook op jongens viel. Ik was niet bang voor de reacties, maar het geroddel eromheen: daar was ik wél bang voor. In de kantine bij de plaatselijke voetbalclub ben je ineens de talk of the town als je uit de kast komt in Twente.”

Minder slim

En daar slaat Ruben de spijker op de kop. Zo denk ik er ook over. Mensen praten over je, terwijl ze je nauwelijks kennen. Want homoseksualiteit komt niet veelvuldig voor in Twente. Tenminste, dat denkt men. “Anderhalf jaar geleden kwam ik uit de kast bij mijn ouders. Ik vertelde ze dat ik ook weleens met een jongen had gezoend. Direct daarna liet ik foto’s van een paar jongens zien, dat was iets minder slim. Ze hoefden dat toen – natuurlijk – niet te zien. Toen ik het ze verteld had, wilde ik meer tijd voor mezelf nemen. Ik moest even alleen zijn. Daarom nam ik daarna veel tijd door in Zwolle, waar ik woonde voor mijn carrière in de volleybal. Nu woon ik er nog steeds: samen met mijn vriend Roland. Het is heel gek: voordat ik uit de kast kwam vroeg niemand naar me. Maar opeens was ik weer hot toen ik uit de kast kwam. Iedereen praat ineens over je. Maar ik ben niet bang voor nare reacties van anderen, hoor. Mijn vriend is vroeger wel in elkaar geslagen. Hij vindt ‘t daarom bijvoorbeeld eng om hand in hand te lopen. Ik heb daar zelf weinig moeite mee en ben niet bang voor nare reacties. Ook tijdens uitgaan niet.”

Geroddel

“Vooral toen ik het mijn vrienden had verteld ging het opeens snel. Het nieuws verspreidde zich via via, zelfs door moeders uit de omgeving die me af en toe eens gezien hebben. Zelfs zij hadden het over me. Dat vond ik zó stom. Daarom was ik ook niet meer te vinden in Twente. Iedereen heeft nu een oordeel over me klaar. Als ik dit jaar naar carnaval of naar de Twentse volksfeesten ga, weet iedereen precies wie ik ben. Ik voel me een attractie; bekeken. Nu weet iedereen wie ik ben, maar dat hoeft van mij niet. Mensen praten op een kinderachtige manier over homo- en biseksualiteit hier. Niemand vraagt je er direct naar, maar willen via iemand anders achter mijn verhaal komen. Bel me gewoon, dan vertel ik het je. Hier zeggen ze dat homo’s niet erg zijn, ‘als ze het maar niet aan ze zien’. Of ‘als ze me maar niet aanraken’. Een collega van mij zei zelfs dat-ie een hekel aan homo’s had toen een homo kwam afrekenen. Terwijl ik naast hem stond. Mensen verwachten het niet bij me, ook omdat ik een relatie had met een meisje.”

Kinderachtig

“Dat mensen over je roddelen: dat vind ik zó naar. Zo kinderachtig ook. In Zwolle heb ik een heel ander leven. In Twente hebben kennissen ook weleens het gevoel gehad dat ik tegen ze loog. Maar in Zwolle kon ik destijds met een schone lei beginnen. Ik mocht zelf bepalen hoe ik mijn nieuwe leven wilde opbouwen. Ik ga en ging destijds ook uit in Amsterdam. Ik ga er weleens heen, drink er een paar biertjes. Vaak ga ik met een vriend van me, ook uit Almelo, die uit de kast is gekomen en nu in Amsterdam woont. In Amsterdam is elke avond legendarisch. Tijdens die feesten sta ik in gay bars en denk ik: wauw. Wat tof. Je kunt daar jezelf zijn, zonder dat je raar bent. En zonder dat een heel dorp in rep en roer is omdat je anders bent.”

Jezelf zijn

“In Twente zien mensen je als de homo. In Amsterdam gaat het er meer om wie je bent, wat je doet en of je een leuk persoon bent. Ik probeer altijd mezelf te zijn, ook in Twente, maar dat durf ik niet overal. Door het geroddel over je coming out denk je dat mensen altijd over je praten, ook wanneer dat misschien niet zo is. In een gay bar ben je bijna saai, omdat er altijd iemand is die er gekker of toffer uitziet. Je wordt er als held onthaald. Dat is in Twente toch anders.”

‘Hier durf ik mezelf te zijn’

Jarenlang woonde ik in ‘t oosten van het land. Daar ben ik geboren en getogen in één van ‘s Neerlands mooiste streken: Twente. Maar ik was niet zoals iedere Tukker. Ik had een groot geheim, iets dat ik zelfs voor mijn directe omgeving verborgen hield. Sinds mijn dertiende wist ik namelijk dat ik homoseksueel was.

Nu ben ik verhuisd naar de Randstad, maar ga ik terug naar het nuchtere, mooie en soms bitter bekrompen oosten. Ik wil uitzoeken hoe het is om daar homo te zijn.

Element

En daar heb ik Hendry en Ruben gesproken. Zij hadden verschillende meningen over homoseksueel zijn in Twente. Terwijl Hendry het prima vond, kon Ruben niet wachten om de streek te verlaten. Geroddel, vooroordelen en stugge reacties waren volgens laatstgenoemde dagelijkse kost. Hij kon in die moeilijke tijd zichzelf zijn in Amsterdamse homobars. Iets wat in zijn geboorteplaats niet kon. Nu komt Ruben er nog steeds met veel plezier en is hij duidelijk in z’n element. Daarom wil ik hem een avond volgen om te zien wat er nou zo leuk is aan homovriendelijk uitgaan: iets wat ik zelf ook nog nooit heb gedaan. En wat ik daarom ook des te meer eens moet beleven.

Exit

De Reguliersdwarsstraat is rustig voor een zondagavond, maar dat mag de pret niet drukken. Zelf ben ik onder de indruk van het aantal bars en de hoeveelheid mannen die zichzelf durven te zijn. Jongens van twintig tot kerels van zestig: iedereen staat bij elkaar. Praat met elkaar en kent elkaar. En terwijl we de Exit in lopen, merk ik dat er een heel andere wereld schuilgaat achter de donkerbruine deuren. Een wereld waarin er geen vooroordelen bestaan, waarin mensen zichzelf mogen zijn en waarin je niet de enige buitenstaander bent, maar deel uitmaakt van iets veel groters. Een gevoel van samenzijn. “Hier durf ik mezelf te zijn”, vertelt Ruben openhartig. “Mensen kijken niet gek naar me en accepteren me. Ik heb weleens kippenvel gekregen terwijl ik hier stond met m’n biertje. Omdat iedereen hier zichzelf is, terwijl ze dat eerst misschien niet durfden. En dat is mooi om te zien. Heel mooi.”

Gelijk

En gelijk heeft-ie. Want terwijl we het over onze geboorteplaats hebben en ook ik herinneringen ophaal van de roddels en het niet vrij durven zijn, kijk ik rond in de bar. Een minimale ruimte, waar maximaal wordt geleefd. En gedurfd. Hier wordt geloofd in en gestreden voor een – hopelijk – grotere acceptatie. Ooit. En terwijl ik dat denk, krijg ook ik kippenvel en worden mijn ogen vochtig. Van ver komen jongens hiernaartoe om zichzelf te mogen zijn. Na jaren te moeten liegen en niet de durven. Maar hier hoeft dat niet. Hier, in de homobar.